wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Project 2.2 dier

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn voorwaarden om van leven te spreken?

a)

groeien

b)

springen

c)

ademen

d)

warmbloedig zijn

2.

Alle organismen in het dierenrijk hebben:

a)

geen cellen

b)

geen celkern

c)

geen celwand

3.

Als een dier een skelet en botten heeft, noemen we dit een

a)

gewerveld dier

b)

ongewerveld dier

4.

Deze afbeelding is

a)

niet-symmetrisch

b)

veelzijdig symmetrisch

c)

tweezijdig symmetrisch

5.

Welke dieren behoren tot de ongewervelde dieren?

a)

stekelhuidigen

b)

weekdieren

c)

reptielen

d)

wormen

e)

vogels

6.

Eéncellige dieren hebben

a)

een inwendig skelet

b)

een uitwendig skelet

c)

geen skelet

7.

Wat is biodiversiteit?

a)

Er zijn veel verschillende soorten planten en dieren aanwezig.

b)

Er is een verscheidenheid van leven aanwezig.

c)

Alles is heel biologisch.

d)

Er leven heel veel mensen op de aarde.

8.

Wat is 'een walvis' vertaald in het Engels?

a)

a whale

b)

a walefish

c)

a wale

9.

Wat stelt dit voor?

a)

een voedselketen

b)

een voedselweb

c)

een voedselpiramide

10.

Welke zin is er fout geschreven?

a)

We start a fight.

b)

She wishes the best for us.

c)

She plays tennis.

d)

He start the game.

11.

Wat is een bijvoeglijk naamwoord?

a)

mooi

b)

pet

c)

de

d)

herfst

e)

kaal