wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

IVKO D mavo H10 Goniometrie,oefentoets

Total questions: 28

Worksheet time: 58mins

Name
Class
Date
1.

Bereken BC in de driehoek. Schrijf je berekening op.

Rond je getal juist af.

a)

BC=58xsin44=40,3

b)

BC=58:sin44=83,5

c)

BC=58:sin44=83,49

d)

BC=58xsin44=40,29

2.

Bij een trap is sprake van een aantrede (A) en een optrede (O). De aantreden zijn de horizontale delen van de trap.

Voor een ideale trap geldt dat

2 • O + 1 • A = 590 mm. De ideale hellingshoek is 37°

Bij een goed beloopbare trap moet deze waarde tussen 570 mm en 630 mm ligt en de hoek tussen 20° en 40°.


Een bepaalde trap heeft een optrede van 12 cm en een aantrede van 30 cm. Is dit een goed beloopbare trap?

a)

Nee, want de hellingshoek is 27°

b)

Nee, want 2 • O + 1 • A = 540 mm.

c)

Ja, want de hellingshoek ligt tussen de 20° en 40°.

d)

Kun je niet berekenen.

3.

Bij een trap is sprake van een aantrede (A) en een optrede (O). De aantreden zijn de horizontale delen van de trap.

Voor een ideale trap geldt dat

2 • O + 1 • A = 590 mm. De ideale hellingshoek is 37°.

Bij een goed beloopbare trap moet deze waarde tussen 570 mm en 630 mm ligt en de hoek tussen 20° en 40°.


Een andere trap heeft een optrede van 19 cm. Welke aantrede op één decimaal nauwkeurig hoort hierbij om een ideale trap te krijgen?

(a)  

4.

In driehoek ABD zijn alle maten in cm.

hoek D12 = 90°.

Bereken tan hoek A.

(a)  

5.

In driehoek ABD zijn alle maten in cm.

hoek D12 = 90°.

Bereken tan hoek C.

(a)  

6.

In driehoek ABD zijn alle maten in cm.

hoek D12 = 90°.


Leg uit waarom je de tangens van hoek D12 niet kunt berekenen.

(a)  

7.

In driehoek ABD zijn alle maten in cm.

hoek D12 = 90°.


Welke hoek heeft dezelfde tangens als hoek A?

(a)  

8.

Bereken BC.

(a)  

9.

Welke hellingshoek hoort bij een hellingspercentage van 22%?

(a)  

10.

Tan∠ A = 10 : 50

Bereken ∠A

Wat is de volgende stap?

a)

∠A = Tan 10 × 50

b)

∠A = Tan -1 (10 : 50)

c)

∠A = Tan -1 (50 : 10)

d)

∠A = Tan 50 × 10

11.

Tan (50o) = 10 : AC

Bereken AC

Wat is de volgende stap?

a)

AC = Tan (50o) × 10

b)

AC = 10 : 50o

c)

AC = 10 : tan(50o)

d)

AC = tan(50o) : 10

12.

Tan (50o) = BC : 5

Bereken BC

Wat is de volgende stap?

a)

BC = 5 : tan (50o)

b)

BC = tan (50o) : 5

c)

BC = 5 × tan (50o)

d)

BC = tan -1 (50o : 5)

13.
cos ∠=
a)
aanliggende rechthoekszijde : schuine zijde
b)
overstaande rechthoekszijde : schuine zijde
c)
schuine zijde : aanliggende rechthoekszijde
d)
schuine zijde : overstaande rechthoekszijde
14.
sin ∠=
a)
aanliggende rechthoekszijde : schuine zijde
b)
overstaande rechthoekszijde : schuine zijde
c)
schuine zijde : aanliggende rechthoekszijde
d)
schuine zijde : overstaande rechthoekszijde
15.
Bereken hoek A.
a)
∠A = sin-1 (7 : 12)
b)
∠A = sin-1 (12 : 7)
c)
∠A = cos-1 (7 : 12)
d)
∠A = cos-1 (12 : 7)
16.

Berken ∠P

a)

∠P = cos-1(2,1 : 3,2) = 49°

b)

∠P = sin-1(2,1:3,2) = 41°

c)

∠P = tan-1(2,1:3,2) = 33°

17.

Bereken ∠B

a)

te moeilijk voor mij

b)

∠B = 0,625°

c)

∠B = 51°

d)

∠B = 38,7°

18.

Bereken ∠L

a)

∠L = tan-1(7 : 4) = 60°

b)

∠L = tan(4 : 7) = 10°

c)

∠L = tan-1(4 : 7) = 30°

d)

∠L = tan-1 7 : 4 = 20°

19.

Bereken de zijde met het vraagteken.

a)

zijde ? = 4,7 x sin 29 = 2,28

b)

zijde ? = 4,7 x cos 29 = 4,1

c)

zijde ? = 4,7 x cos 29 = 4,11

d)

zijde ? = 4,7 x sin 29 = 2,3

20.

Bereken de zijde met het vraagteken.

a)

zijde ? = 11 : tan 18 = 33,9

b)

zijde ? = 11 : tan 18 = 34

c)

zijde ? = 11 x tan 18 = 3,57

d)

zijde ? = 11 x tan 18 = 3,6

21.

Bereken de ontbrekende zijde.

a)

zijde ? = 13 x cos 56 = 7,3

b)

zijde ? = 13 : cos 56 = 23,2

c)

zijde ? = 13 : tan 56 = 8,8

d)

zijde ? = 13 x sin 56 = 10,8

22.

Bereken ∠CAG.

a)

∠CAG = 27⁰

b)

∠CAG = 63⁰

c)

∠CAG = 59⁰

d)

∠CAG = 31⁰

23.

 Bereken ABereken\ \angle A  

a)

 A = sin1 (ABAC) A = sin1 (1,955,00) A 23°\angle A\ =\ \sin^{-1}\ \left(\frac{AB}{AC}\right)\ \angle A\ =\ \sin^{-1}\ \left(\frac{1,95}{5,00}\right)\ \angle A\ \approx23\degree  

b)

 A = tan1 (ABAC) A = tan1 (1,955,00) A 21°\angle A\ =\ \tan^{-1}\ \left(\frac{AB}{AC}\right)\ \angle A\ =\ \tan^{-1}\ \left(\frac{1,95}{5,00}\right)\ \angle A\ \approx21\degree  

c)

 A = cos1 (ABAC) A = cos1 (1,955,00) A 67°\angle A\ =\ \cos^{-1}\ \left(\frac{AB}{AC}\right)\ \angle A\ =\ \cos^{-1}\ \left(\frac{1,95}{5,00}\right)\ \angle A\ \approx67\degree  

24.

 Bereken ABereken\ \angle A  

a)

∠A =  sin1(712)\sin^{-1}\left(\frac{7}{12}\right)  

b)

∠A = sin1(127)\sin^{-1}\left(\frac{12}{7}\right)  

c)

∠A = cos1(712)\cos^{-1}\left(\frac{7}{12}\right)  

d)

∠A = cos1(127)\cos^{-1}\left(\frac{12}{7}\right)  

25.

Welke berekening voor ∠P is juist?

a)

∠P = tan-1 (2,1 : 3,2)

b)

∠P = sin-1 (2,1 : 3,2)

c)

∠P = cos-1 (2,1 : 3,2)

d)

∠P = cos-1 (3,2 : 2,1)

26.

In welke driehoeken kun je goniometrie gebruiken om hoeken en zijden te berekenen?

a)

Rechthoekige driehoeken

b)

Gelijkbenige rechthoekige driehoeken

c)

Alle driehoeken

d)

Gelijkbenige driehoeken

e)

Gelijkzijdige driehoeken

27.

Dit is een gelijkbenige driehoek.

Hoeveel graden is ∠A?

(a)  

28.

Bereken de basishoek?

(a)