NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheetswerkwoordspelling
Total questions: 10
Worksheet time: 2mins
Name
Class
Date
1.
Jelle heeft een spannend avontuur (beleven)
a)
beleeft
b)
beleefd
c)
beleefdt
2.
Jitse (plakken, vt) de postzegels in het boek.
a)
plakte
b)
plakde
c)
plaktte
3.
Silke .........gisteren 50 euro onder haar vrienden.
a)
verlote
b)
verloot
c)
verlootte
4.
Sven heeft zich op Valentijnsdag .....voor zijn vriendin.
a)
uitgeslooft
b)
uitgesloofd
c)
slooft zich uit
5.
.......jij straks de kippenpootjes?
a)
braad
b)
braadde
c)
braadt
6.
Vorig jaar ........ Thomas in Nice een paar vrienden.
a)
ontmoet
b)
ontmoeten
c)
ontmoette
7.
De dokter ...de ziekte nu met een medicijn.
a)
bestrijdt
b)
bestrijd
c)
bestreed
8.
Laatst werd Roemer.... door een agent.
a)
bekeuren
b)
bekeurt
c)
bekeurd
9.
Femke en Timen hebben alle trappen van het Drachtster ....
a)
geschropt
b)
geschrobd
c)
geschrobt
10.
Het nieuwe programma kan op mijn computer niet worden ...
a)
geopent
b)
geopend
c)
geopendt
Reset
