wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Socialisatie

Total questions: 12

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Het doel van socialisatie is dat de omgang tussen mensen soepel verloopt, omdat je weet wat je van elkaar kunt verwachten

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Socialisatie heeft te maken ....... eigenschappen

a)

Aangeleerde

b)

Aangeboren

3.

Vanaf welke leeftijd begint socialisatie

a)

Vanaf de geboorte

b)

Vanaf 4 jaar, dan ga je naar de basischool

c)

Vanaf het moment dat een kind kan praten

d)

Vanaf je 18e, dan ben je volwassen

4.

Veel organisaties hebben invloed op iemands waarden, normen en gedrag. Welke is het belangrijkst voor kleine kinderen?

a)

De media

b)

De overheid

c)

Het gezin

d)

Het geloof

5.

Socialisatie betekent dat mensen:

a)

kenmerken van een groep aanleren.

b)

allemaal dezelfde normen en waarden aanleren.

c)

verschillende culturen leren kennen.

d)

alle aangeboren eigenschappen afleren.

6.
  1. Socialisatie zorgt ervoor dat de cultuur blijft bestaan
  2. Socialisatie vindt plaats via imitatie
  3. Socialisatie bestaat uit twee componenten te weten het overdragen en het verwerven van cultuurelementen

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

a)

Alle beweringen zijn juist

b)

Alle beweringen zijn onjuist

c)

1 is juist, 2 en 3 zijn onjuist

d)

1 en 2 zijn juist, 3 is onjuist

7.

Het gezin, de media, politiek, vrienden, verenigingen zijn:

a)

onderdeel van een cultuur

b)

tegenculturen

c)

socialiserende instituties

d)

voorbeelden van een collectieve cultuur

8.

Het land waar je vandaan komt heeft invloed op je identiteit

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

De mensen waar je mee omgaat hebben invloed op je identiteit

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Dat je geluid kunt maken

a)

Aangeboren

b)

Aangeleerd

11.

Dat je over een bijzonder stemgeluid beschikt

a)

aangeboren

b)

aangeleerd

12.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

  1. Bij socialisatie leer je je te gedragen volgens de regels van een groep of samenleving.
  2. School, werk en media zijn voorbeelden van organisaties die invloed hebben op je gedrag.
a)

1 is juist, 2 is onjuist

b)

1 is onjuist, 2 is juist

c)

1 en 2 zijn beide juist

d)

1 en 2 zijn beide onjuist