wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Observeren en Rapporteren Lesweek 5

Total questions: 13

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Welke observatiemethode is populair bij veel instellingen?

a)

Protocollaire observatie

b)

Contextuele observatie

c)

Interval observatie

2.

In een contextuele observatie is....

a)

De cliënt het middelpunt

b)

De situatie om de cliënt heen het middelpunt

c)

Beide zijn even belangrijk

3.

Elke maandagochtend om 10.30 is Lieke bezig met een observatie. Is hier sprake van een intervalobservatie?

a)

Ja

b)

Nee

4.

Op de maandag observeert David elke week op een ander tijdstip. Is hier sprake van een intervalobservatie?

a)

Ja

b)

Nee

5.

Bij een vrije observatie weet je precies welke informatie je nodig hebt van de cliënt.

a)

Ja

b)

Nee

6.

Bij een niet-participerende observatie ben je....

a)

Wel aanwezig in de groep en je doet mee met de activiteiten

b)

Niet aanwezig in de groep en doet niet mee met de activiteiten

c)

Wel aanwezig in de groep, maar je doet niet mee.

7.

Wat is een bijkomend voordeel van een niet-participerende observatie?

a)

Je kan makkelijk weg om andere dingen te doen.

b)

Het is moeilijker om invloed uit te oefenen op de situatie

c)

De cliënt weet van niks af.

8.

Welke observatie methode wordt in de praktijk vaker gebruikt?

a)

Participerende observatie

b)

Niet-participerende observatie

9.

Waarom is de participerende observatie methode praktisch?

a)

Je hoeft niet zo veel voor te bereiden.

b)

Je kan stoppen wanneer je wilt.

c)

Je hebt niemand nodig om jouw taak over te nemen.

d)

Het is een vrij snelle observatie methode, makkelijk voor als je weinig tijd hebt.

10.

De cliënt was wel leuk vandaag.

Dit is een....

a)

Objectieve zin

b)

Subjectieve zin.

11.

E. wordt altijd boos als ze haar zin niet krijgt, het is net een verwend kind.

a)

Objectief

b)

Subjectief

12.

Als 1 slecht ding jouw hele mening over een persoon veranderd.

a)

Halo effect

b)

Horn effect

13.

Waarom helpen video opnames erg goed bij een contextuele observatie?

a)

Je bent lang bezig.

b)

Er gebeurt veel.

c)

Je hoeft dan minder op te letten.

d)

Er is dan geen sprake van verwarring.