wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands Lezen 5 herhaling (van alles)

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat hoort niet bij het tekstgeraamte?

a)

Tabel

b)

Illustraties

c)

Slot

d)

Inleiding

2.

Welke van de volgende antwoorden is een correct feit?

a)

Annemiek zegt: "Het is een feit dat er 25 uur in een dag zit"

b)

Janna zegt: "Het is een feit dat Annemieke beweert dat er 25 uur in een dag zit"

3.

Wat moet je niet doen met voorspellend lezen?

a)

De tekst lezen

b)

Bepalen of je de tekst helemaal wil gaan lezen

c)

Voorspellen waar de tekst over gaat

d)

Bepalen of het een goede tekst voor jou is

4.

Wat is geen vorm van grondig lezen?

a)

Voorspellen

b)

Ophelderen

c)

Scannen

d)

Terugkijken

5.

Hoe zoek je bronnen?

a)

Je moet alleen je onderwerp invoeren en dan al je resultaten bekijken

b)

Je moet met goede en duidelijke zinnen zoeken

c)

Je moet weten wat je zoekt en google scholar gebruiken

d)

Je moet weten wat je zoekt en goede zoekwoorden gebruiken

6.

Wat is geen categorie van de 10 vragen voor tekstbegrip?

a)

Algemeen

b)

Structuur

c)

Kritisch

d)

Samenvattend

7.

Wat is niet belangrijk bij online lezen?

a)

Informatie zoeken en bewaren

b)

Leesstrategieën

c)

Betrouwbaarheid beoordelen

d)

Alle antwoorden

8.

Wat verwijst naar een woord of woordgroep ergens anders in de tekst?

a)

Aanwijzen voornaamwoord

b)

Bezittelijk voornaamwoord

c)

Verwijswoord

d)

Signaawoord

9.

Waar verteld de hoofdgedachte iets over?

a)

Onderwerp

b)

Inleiding

c)

Slot

d)

Conclusie

10.

Wat is geen voorbeeld van een bijzaak?

a)

Een voorbeeld

b)

De Laatste zin van een alinea

c)

Een uitleg

d)

Een omschrijving

11.

Wat doen signaalwoorden?

a)

Een tekst informatiever maken

b)

Een tekst begrijpelijker maken

c)

Een tekst formeler maken

d)

Een tekst makkelijker maken

12.

Wat is geen leesstrategie?

a)

Nadenken over de tekst

b)

Ophelderen

c)

Samenvatten

d)

Vragen stellen

13.

Wat is geen tekstdoel?

a)

Bevelen

b)

Ontroeren

c)

Overtuigen

d)

Activeren

14.

Wat is geen manier om met een moeilijk woord om te gaan?

a)

De betekenis vragen

b)

De betekenis proberen af te leiden van het woord zelf

c)

Het woord opschrijven en er later op terug komen

d)

Het woord overslaan

15.

Hoeveel leesmanieren zijn er?

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

16.

Waarmee begin je bij de leesmotor?

a)

Voorkennis

b)

Woordkennis

c)

Lezen is leuk

d)

Je bent goed in veel vakken

17.

Wat is geen tekstsoort?

a)

Overtuigende tekst

b)

Informatieve tekst

c)

Emotieve tekst

d)

Spannende tekst