NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsH4 schakelingen par. 4.1 en 4.2
Total questions: 7
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Wat is dit schakelsymbool?
a)
Batterij
b)
Weerstand
c)
Schakelaar (dicht)
d)
Schakelaar (open)
2.
Wat is dit?
a)
Weerstand
b)
Lamp
c)
Spanningsbron
d)
Voltmeter
3.
Wat is dit?
a)
Spanningsbron
b)
Schakelaar (dicht)
c)
Lamp
d)
Verbodsbord
4.
Wat is dit?
a)
Spanningsmeter
b)
Stroommeter
c)
Motor (Vroeeeem)
d)
Vergeten
5.
Door een ledlamp gaat een stroom van 0,030 A. Bereken de hoeveelheid lading die in een minuut door de lamp gaat.
a)
0,030 C
b)
1,8 C
c)
2000 C
d)
0,0005 C
6.
Door een apparaat gaat iedere minuut een lading van 3 C. Bereken de stroomsterkte.
a)
3 A
b)
20 A
c)
0,05 A
d)
180 A
7.
Een TV is aangesloten op een spanning van 230 V. Hoeveel energie krijgt een lading van 10 C mee?
a)
2,3 J
b)
2300 J
c)
0,043 J
d)
230 J
Reset
