wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TOM 4 Tussentoets 4

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat past op de ...in deze zin?

De ..... van de tandarts helpt bij het vullen van gaatjes

a)

telefonist

b)

vakkenvuller

c)

assistent

2.

Welke beschrijving hoort bij het bedrijf?

a)

Een plaats waar mensen iets kunnen drinken of eten.

b)

Een plaats waar gesport kan worden en waar je kunt douchen na afloop.

c)

Een plaats waar iets gemaakt of gedaan wordt om geld te verdienen.

3.

In welke zin past het woord beslist op de ...?

a)

Met die rare bulten moet je....... naar de huisarts.

b)

Wil je me ........ de boter even aangeven?

c)

Ik ben...... een tekening maken met krijt.

4.

Waar kan een directeur de baas van zijn? meer dan 1 antwoord

a)

een school

b)

een tuinhuis

c)

een tent

d)

een bedrijf

5.

Welk woord past het best bij deze zin?

De jongen zet de pakken macaroni netjes op de plank.

a)

de piloot

b)

de assistent

c)

de vakkenvuller

6.

Wat is een ander woord voor regelmatig?

a)

soms

b)

altijd

c)

vaak

d)

nooit

7.

Bij welke 2 zinnen past het woord behulpzaam?

a)

Liam knuffelt graag met zijn konijn

b)

Mohammed leent zijn gum aan Finn uit.

c)

Opa pompt mijn fietsband op

d)

Janneke houdt van chocola.

8.

Wat hoort NIET bij overleggen

a)

met elkaar praten

b)

naar elkaar luisteren

c)

tegen elkaar schreeuwen

d)

elkaar proberen te begrijpen

9.

Welke uitdrukking hoort bij dit verhaaltje?


Karel is jarig. Hij deelt stukjes worst uit. Speciaal voor Rashid heeft hij ook kaas meegenomen, want Rashid eet geen varkensvlees.

a)

je trekt je er niets van aan

b)

je houdt rekening met iemand anders

c)

je gaat met elkaar om

10.

Wat betekent akelig?

a)

Heel vervelend. Naar.

b)

Vlakbij. In de buurt.

c)

Niet op tijd. Te laat.