Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3 VWO_H6_§ 2_Weerstand

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Bepaal in welk schakelschema de voltmeter en de ampèremeter goed zijn geschakeld?

a)

Situatie 1

b)

Situatie 2

c)

Beide situaties

d)

Geen van beide

2.

Wat is de eenheid van weerstand?

a)

Ampère

b)

Volt

c)

Ohm

d)

Watt

3.

Door een lamp stroomt een stroom van 2 A, de spanning door de lamp is 12 V. Hoe groot is de weerstand door de lamp?

a)

0,17 Ω

b)

6 Ω

c)

24 Ω

d)

14 Ω

4.

Hoe groot is de stroom door een weerstand van 7,5 Ω waarover een spanning van 15 V doorloopt.

a)

0,5 A

b)

112,5 A

c)

2 A

d)

7,5 A

5.

Waar is een LDR gevoelig voor?

a)

Licht

b)

Temperatuur

c)

Geluid

d)

Weerstand

6.

Van welk soort weerstand is deze grafiek?

a)

LDR

b)

PTC

c)

NTC

d)

Geen van deze drie weerstanden.

7.

De weerstand van een draad hangt af van verschillende factoren. Welke factor is niet juist?

a)

Materiaal van de draad

b)

Lengte van de draad

c)

Doorsnee van de draad

d)

Vorm van de draad

8.

Een ijzerdraad is 15 meter lang en heeft een diameter van 1,2 mm2. De soortelijke weerstand van ijzer is 0,105 Ω x mm2/m. Hoe groot is de weerstand van deze draad?

a)

R = 1,4 Ω

b)

R = 1,3 Ω

c)

R = 1,8 Ω

d)

R = 520 Ω

9.

Wanneer de doorsnee van de draad 2x zo groot wordt, wordt R?

a)

2x zo klein

b)

4x zo klein

c)

2x zo groot

d)

4x zo groot

10.

Bereken de lengte van een constantaandraad met een doorsnee van 0,125 mm2, een weerstand van 588 Ω en een soortelijke weerstand van 0,45 Ω x mm2/m.

a)

l = 33 m

b)

l = 163 m

c)

l = 2117 m

d)

l = 0,0005 m

11.

Tijdens een experiment wordt de stroomsterkte door een draad gemeten, die is op dat moment 1,5 A. De spanning is op dat moment 10 V. Daarna wordt de stroomsterkte verhoogd naar 3,0 A. De spanning die dan wordt gemeten is 15 V. Is de wet van Ohm hierop van toepassing? Is dit een evenredig verband?

a)

De wet van Ohm is van toepassing en dit is een evenredig verband.

b)

De wet van Ohm is van toepassing, maar dit is geen evenredig verband.

c)

De wet van Ohm is niet van toepassing, maar dit is wel een evenredig verband.

d)

De wet van Ohm is niet van toepassing en dit is geen evenredig verband.

12.

Bepaal de weerstand van deze Ohmse weerstand.

a)

R = 1 Ω

b)

R = 0,25 Ω

c)

R = 4 Ω

d)

R = 16 Ω