Worksheetsbasisstof 1 t/m 5
Total questions: 29
Worksheet time: 15mins
Name
Class
Date
1.
Hoe noem je het volgende verschijnsel: een plantje komt uit het zaadje tevoorschijn.
a)
De voortplanting
b)
De groei
c)
De kieming
d)
De afsterving
2.
Wat moet er aan een zaadje worden toegevoegd om de kieming te starten?
a)
Zand
b)
Zeer hoge temperatuur
c)
Continu licht
d)
Water
3.
Water wordt opgenomen door:
a)
De navel
b)
Het poortje
c)
Het hartvormig bultje
d)
De zaadlobben
4.
Waar haalt een bruine boon tijdens de kieming zijn voeding vandaan?
a)
Uit de zaadlobben
b)
Uit de zaadhuid
c)
Uit de navel
d)
Uit de grond
5.
Welk onderdeel komt als eerste tevoorschijn tijdens de kieming?
a)
De stengel
b)
De wortel
c)
De blaadjes
6.
Als alle voeding uit de zaadlobben is verbruikt dan:
a)
Groeien de zaadlobben uit tot grote bladeren
b)
Worden de zaadlobben wortels
c)
Verschrompelen de zaadlobben en vallen ze af
d)
Zwellen de zaadlobben op en vallen ze af
7.
Hoe zie je aan een tomatenplant dat hij zich gaat voortplanten?
a)
De plant is erg groot
b)
De plant heeft veel bladeren
c)
De plant heeft bloemen
d)
De plant heeft veel takken
8.
Wat is een hypothese?
a)
Een vraag die ik mezelf stel aan het begin van een onderzoek
b)
Een overzicht van alle resultaten
c)
Een verwacht antwoord op mijn probleemstelling
d)
Een ander woord voor een verslag
9.
Wat is geen functie van de wortels?
a)
Water opnemen
b)
Plant vastzetten in bodem
c)
Opslaan reservevoedsel
d)
Water vervoeren
10.
Welk nummer geeft de zijwortel aan?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
11.
Welk van de genummerde delen zal vooral als functie het opnemen van water hebben?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
12.
Wat is de functie van onderdeel 2?
a)
Opnemen van water
b)
Plant vastzetten in bodem
c)
Opnemen van Voedingsstoffen
d)
Opslaan reservevoedsel
13.
Welk van onderstaande planten zal het grootste wortelstelsel hebben?
a)
Plant in droge bodem
b)
Plant in natte bodem
14.
Wat zorgt er voor transport in stengels?
a)
Okselknop
b)
Buizen
c)
Vaten
d)
Lid
15.
Welke plant verkrijgt stevigheid door water?
a)
Kruidachtige plant
b)
Houtachtige plant
16.
Welk nummer geeft een knoop aan?
a)
1
b)
2
c)
9
d)
10
17.
Hoe noem je deel 3?
a)
Knoop
b)
Lid
c)
Knop
d)
Blad
18.
Welk nummer geeft de hoofdnerf aan?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
19.
Wat wordt er gevormd bij fotosynthese
a)
water
b)
koolstofdioxide
c)
voeding
d)
zonlicht
20.
In welk deel van de bladeren bevinden zich de vaten?
a)
Nerven
b)
Bladmoes
c)
Bladrand
d)
Alleen in de bladsteel
21.
Wanneer vindt fotosynthese plaats?
a)
Alleen Overdag
b)
Alleen s' nachts
c)
Nooit
d)
Overdag en 's nachts
22.
Wat eet je bij de rode biet
a)
Wortel
b)
Stengel
c)
Bladeren
d)
Bloem
23.
Hoe noem je alle wortels van een plant?
a)
Wortels
b)
Wortelstelsel
c)
Hoofdwortel
d)
Zijwortel
24.
Wat eet je bij witlof?
a)
Wortels
b)
Stengels
c)
Bladeren
d)
Bloemen
25.
Waarmee zit een blad aan de stengel vast?
a)
Bladsteel
b)
Okselknop
c)
Bladschijf
d)
Hoofdnerf
26.
het platte deel van een blad heet
a)
bladmoes
b)
bladschijf
c)
bladskelet
d)
zijnerven
27.
al het materiaal dat tussen de nerven ligt, heet
a)
vaatbundel
b)
bladmoes
c)
geen 1
d)
bladskelet
28.
wat eten we bij een prei
a)
wortel
b)
stengel
c)
bladeren
29.
wat eten we bij asperges
a)
stengels
b)
wortels
c)
bladeren
100 %
