wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3 HGL - H2 Chemische reacties

Total questions: 19

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Bij de verbranding van propaan (C3H8) ontstaan koolstofmonoxide en water. Wat voor verbranding is dit?

a)

Volledige verbranding

b)

Onvolledige verbranding

2.

Een onvolledige verbranding ontstaat door een te lage temperatuur.

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

Wat is de correcte reactievergelijking voor de volledige verbranding van pentaan (C5H12)?

a)

2 C5H12 + 11 O2 → 10 CO + 12 H2O

b)

0,5 C5H12 + 4 O2 → 2,5 CO2 + 3 H2O

c)

C5H12 + 5,5 O2

5 CO + 6 H2O

d)


C5H12 + 8 O2

5 CO2 + 6 H2O

4.

2 C4H10 + 9 O2 → 8 CO + 10 H2O

Is dit een volledige of onvolledige verbranding?

a)

Volledige verbranding

b)

Onvolledige verbranding

c)

Dat kun je op basis van de reactievergelijking niet zeggen

5.

Met stikstof en waterstof kunnen we ammoniak maken.

Hoeveel stikstof moleculen hebben we nodig om vier ammoniak moleculen te maken?

Tip: stel eerst de kloppende reactievergelijking op.

(a)  

6.

Vul de juiste coëfficiënten in:

.... AgNO3  +  ....HCl   →  ....AgCl +  ....HNO3

a)

1, 2, 1, 2

b)

2, 3, 2, 1

c)

2, 1, 2, 1

d)


1, 1, 1, 1

7.

Wat is de juiste reactievergelijking?

a)

2NH3 + 3NO → 2N2 + 3H2O

b)


4NH3 + 6NO → 5N2 + 6H2O

c)

NH3 + NO → N2 + H2O

d)

3NH3 + 4NO → 3N2 + 4H2O

8.

Wat is de juiste reactievergelijking?

a)

Al (s) + HBr (aq) → AlBr3 (aq) + H(g)

b)


2 Al (s) + 3 HBr (aq) → 2 AlBr3 (aq) + 3 H2 (g)

c)


2 Al (s) + 6 HBr (aq) → 2 AlBr3 (aq) + 3 H2 (g)

d)

2 Al (s) + 3 HBr (aq) → 2 AlBr3 (aq) + 2 H2 (g)

9.

Welke coëfficiënt hoort er voor de O2 te staan om een kloppende reactievergelijking te krijgen?

....NO2   +  ....H2O   →  ....NH3 +  ....O2

(a)  

10.

Wat moet in onderstaande reactievergelijking worden ingevuld op de puntjes?

4 NO2 (g) +  6 H2O (l) → 4 NH3 ( (a)   ) + 7 O2(g)

11.

Koolstofmono-oxide en water reageren naar ethanol en zuurstof. Welke reactie vergelijking is juist?

a)

2CO + 4H2O -> C2H6O + 5O + H2

b)

CO + H2O -> C2H6O + O2

c)

2CO2 + 3H2O -> C2H6O + 3O2

d)

2CO + 3H2O -> C2H6O + 2O2

12.

Welke coëfficiënt moet er voor de H2O komen te staan?

....CO2 + ....H2O → ....C2H6 + ....O2

(a)  

13.

Wat is geen chemische reactie?

a)

2H2​O(l)​→2H2(g)​+O2(g)​  

b)

H2​O(l)​→H2​O(g)​  

c)

CH4(g)​+2O2(g)​→CO2(g)​+2H2​O(l)

d)

IJzer(s)​+Zuurstof(g)​→Roest(s)​  

14.

Wat is de correcte molecuulformule bij deze molecuultekening?

a)

H6O3

b)

3 H2 + 3 O2

c)

3 H2O

d)

6 H + 3 O

15.

Hoe noem je een molecuul opgebouwd uit verschillende atoomsoorten is opgebouwd?

(a)  

16.

Als je hout verwarmt zonder zuurstof ontstaat er een brandbaar gas genaamd houtgas.

Hoe heet dit type reactie?

Hout(s) → Houtgas(g) + Water(l)

a)

Verbrandingsreactie

b)

Elektrolyse

c)

Fotolyse

d)

Thermolyse

17.

Wat is het griekse telwoord voor 7?

a)

Penta

b)

Hexa

c)

Hepta

d)

Octa

18.

Wanneer je een bepaalde stof door joodwater leidt, zal joodwater van kleur veranderen.

Door welke stof kan joodwater van kleur veranderen?

(a)  

19.

Wat gebeurt er met wit kopersulfaat als dit in contact komt met water?

a)

Het witte kopersulfaat wordt troebel

b)

Het witte kopersulfaat wordt kleurloos

c)

Het witte kopersulfaat wordt blauw

d)

Het witte kopersulfaat gaat bruisen