wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Check hoofdstuk 1 HV

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Wat is oriënterend lezen?

a)

De titel en tussenkopjes lezen

b)

De laatste alinea lezen

c)

De tekst bekijken en de eerste alinea lezen

d)

De tekst helemaal doorlezen

2.

Wat is een ander woord voor 'vraaggesprek'?

a)

Discussie

b)

Interview

c)

Debat

d)

Monoloog

3.

Goed of fout: een gesloten vraag begint altijd met een werkwoord.

a)

Goed

b)

Fout

4.

Wat is geen vraagwoord?

a)

Waarom

b)

Wie

c)

Wat

d)

Misschien

5.

Wat doe je als je een onduidelijk antwoord krijgt bij een interview?

a)

Je wordt boos

b)

Je stelt een nieuwe vraag

c)

Je rent weg en gaat huilen

d)

Je stelt een vervolgvraag

6.

Aan welke eisen moet een goede tekst voldoen?

a)

Volledig, duidelijk, foutloos, netjes

b)

Foutloos, bronvermelding, volledig, formeel

c)

Informeel, foutloos, duidelijk

d)

Zakelijk, bronvermelding, illustraties

7.

Hoe noem je het tekstdeel dat om een onbekend woord heen staat?

a)

Onderwerp

b)

Synoniem

c)

Alinea

d)

Context

8.

Wat is geen voorbeeld van een synoniem?

a)

Zoenen en kussen

b)

Dokter en arts

c)

Variatie en afwisseling

d)

Bank en bank

9.

Wat is een synoniem?

a)

Twee keer hetzelfde woord, andere betekenis

b)

Twee keer hetzelfde woord, dezelfde betekenis

c)

Twee verschillende woorden, dezelfde betekenis

d)

Twee verschillende woorden, andere betekenis

10.

Wat is de persoonsvorm is deze zin: Wie wil met mij spelen?

a)

Wie

b)

Wil

c)

Mij

d)

Spelen

11.

Goed of fout: Rondkijken is een scheidbaar werkwoord.

a)

Goed

b)

Fout

12.

Goed of fout: bij scheidbare werkwoorden is alleen het stukje dat van tijd verandert, de pv.

a)

Goed

b)

Fout

13.

Goed of fout: voor de pv staan nooit meerdere zinsdelen.

a)

Goed

b)

Fout

14.

Goed of fout: alle werkwoorden in een zin vormen samen één zinsdeel.

a)

Goed

b)

Fout

15.

Hoeveel bepaalde lidwoorden zijn er?

a)

1

b)

2

c)

3

16.

Staat er een lidwoord in deze zin? Hij wilde nog één keer meedoen.

a)

Ja, een is een lidwoord

b)

Ja, nog telt hier als lidwoord

c)

Nee, een als telwoord is geen lidwoord

d)

Nee, een is een zelfstandig naamwoord

17.

Wat is goed gespeld? Er kunnen meerdere antwoorden goed zijn.

a)

Marieke Van den Berg

b)

mevrouw De Groot

c)

Femke van Dijk - De Haan

d)

docent Van Luit