NEW
Font size
Worksheetsbijvoeglijk naamwoord
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
De ..................... schade was enorm.
aangerichtte
aangerichte
aangerichten
aangerichtten
Er ontstond een rel over de ........................ konijnen.
afgeslachten
afgeslachtten
afgeslachte
afgeslachtte
Het opnieuw .................... stoeltje is mooi geworden.
beklede
bekleedde
bekleden
bekleedden
De ................ held werd wereldberoemd.
gedoodde
gedode
gedoden
gedoodden
De ................ foto werd in de hal opgehangen.
vergrootte
vergrootten
vergroten
vergrote
De ...................... eend smaakte verrukkelijk.
gebraden
gebraadde
gebrade
gebraadden
De .................. vrouw viel van haar stoel.
dronken
dronke
Zij kreeg de .................... ketting van oma.
goude
gouden
goud
Mijn broer kocht een .................. tafel.
ovaal
ovale
ovalen
Ik koop vijfentwintig ...................... bekers.
plastice
plasticen
plastic
