wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

bijvoeglijk naamwoord

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

De ..................... schade was enorm.

a)

aangerichtte

b)

aangerichte

c)

aangerichten

d)

aangerichtten

2.

Er ontstond een rel over de ........................ konijnen.

a)

afgeslachten

b)

afgeslachtten

c)

afgeslachte

d)

afgeslachtte

3.

Het opnieuw .................... stoeltje is mooi geworden.

a)

beklede

b)

bekleedde

c)

bekleden

d)

bekleedden

4.

De ................ held werd wereldberoemd.

a)

gedoodde

b)

gedode

c)

gedoden

d)

gedoodden

5.

De ................ foto werd in de hal opgehangen.

a)

vergrootte

b)

vergrootten

c)

vergroten

d)

vergrote

6.

De ...................... eend smaakte verrukkelijk.

a)

gebraden

b)

gebraadde

c)

gebrade

d)

gebraadden

7.

De .................. vrouw viel van haar stoel.

a)

dronken

b)

dronke

8.

Zij kreeg de .................... ketting van oma.

a)

goude

b)

gouden

c)

goud

9.

Mijn broer kocht een .................. tafel.

a)

ovaal

b)

ovale

c)

ovalen

10.

Ik koop vijfentwintig ...................... bekers.

a)

plastice

b)

plasticen

c)

plastic