wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

natuuronderwijs hst. 1

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn de primaire levensbehoeften van een dier?

Er zijn 3 goede antwoorden.

a)

veiligheid (beschutting)

b)

voortplanting

c)

liefde

d)

voedsel en water

2.

Waarom reizen sporen en zaadjes van planten (denk aan de paardenbloem)?

a)

Omdat de wind hen meeneemt

b)

Omdat ze zich willen voortplanten

c)

Om van habitat te veranderen.

d)

Omdat er niet genoeg voedsel is voor de nieuwe plantjes

3.

Wat is een habitat?

a)

Een grazende kudde

b)

Een leefgebied

c)

Een reis die een monarchvlinder aflegt

d)

Een gebit van een planteneter

4.

Welke zin is juist als je een gebit van een planteneter omschrijft?

a)

Dit gebit heeft snijtanden om het gras af te snijden en maalkiezen om het gras fijn te malen.

b)

Dit gebit heeft snijtanden en ronde kiezen om het gras fijn te malen.

c)

Dit gebit heeft maalkiezen om het gras fijn te malen.

d)

Dit gebit heeft enkel snijtanden.

5.

Een dier is aangepast aan zijn omgeving. Welke zin is waar?

a)

De cactus heeft stekels, zodat niemand de cactus kan verplaatsen.

b)

Een vis heeft kiewen om onder water te kunnen ademen.

c)

Een vleermuis heeft extra grote vleugels om zo 's nachts het geluid op te vangen.

d)

De leeuw laat zijn vrouwtjes jagen.

6.

Wat gebeurt er met een dier of plant als deze niet meer aan de omgeving aan kan passen?

a)

Dan verplaatst het dier of de plant zich.

b)

Dan past het dier of de plant zich aan de omgeving aan.

c)

Dan sterft het dier of de plant.

d)

Dan grijpt de mens in en redt deze diersoort of plantensoort altijd.

7.

Waarom migreren dieren?

Er zijn 2 antwoorden goed.

a)

Om een partner te vinden.

b)

Omdat ze graag een andere habitat willen.

c)

Omdat ze zich willen afscheiden van de andere dieren.

d)

Om voedsel te vinden.

8.

Wat is een ongeslachtelijke voortplanting?

a)

Dat zijn planten en dieren die zich in hun eentje kunnen voortplanten.

b)

Dat zijn planten en dieren die een partner nodig hebben om zich voort te planten.

c)

Dat betekent dat je stekjes van een plant gaat poten.

d)

Dat zijn dieren die geslacht worden na de voortplanting.

9.

Wat is de goede volgorde bij deze kringloop?

a)

De olifant eet het gras.

De olifant poept

De mestkever maakt de poep klein.

De planten nemen de mineralen op

b)

De olifant poept.

De mestkever maakt de poep klein.

De olifant eet het gras.

De planten nemen de mineralen op.

10.

Wat betekent migratie?

a)

Reizen.

b)

Eten of gegeten worden.

c)

Dat is een ander woord voor camouflage.

d)

Voortplanting van dieren.