wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spelling H1 + H2

Total questions: 26

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel verschillende vormen heeft de persoonsvorm tegenwoordige tijd?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

2.

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.


......... (melden, tt) je je even bij de wedstrijdleiding?

a)

Meld

b)

Meldt

c)

Melt

3.

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.


Mijn moeder zegt dat ik nooit zo maar mijn vingers .......... (branden, tt).

a)

Brand

b)

Brandt

c)

Brant

4.

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.


Vladimir Poetin ............ (besturen, tt) zijn land met harde hand.

a)

Bestuurd

b)

Bestuurt

c)

Bestuurdt

5.

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.


Je ............. (bonzen, tt) al drie kwartier op de deur!

a)

Bons

b)

Bonz

c)

Bonst

d)

Bonzt

6.

Wanneer gebruik je in principe geen komma?

a)

Tussen bijvoeglijke naamwoorden

b)

Tussen delen van een opsomming

c)

Tussen twee persoonsvormen

d)

Tussen het onderwerp en de persoonsvorm

7.

Wat is citeren?

a)

In je eigen woorden zeggen wat iemand zegt

b)

Letterlijk weergeven wat iemand zegt

c)

Een tekst samenvatten

d)

Iemands gedachtes opschrijven

8.

Welke zin is correct?

a)

'Als je echt een held bent sta je nu op,' reageert Frans.

b)

'Als je echt een held bent,' sta je nu op, reageert Frans.

c)

Als je echt een held bent, sta je nu op, 'reageert Frans.'

d)

'Als je echt een held bent, sta je nu op,' reageert Frans.

9.

Hoeveel komma's moeten er in deze zin geplaatst worden?


Op de grens tussen Nederland België en Duitsland staat een heel oud kerkje tussen de hoge groene bomen.

a)

Geen

b)

1

c)

2

d)

3

10.

Met welk leesteken moet deze zin eindigen?


Vond je het ook niet een supergaaf concert

a)

Punt

b)

Uitroepteken

c)

Vraagteken

11.

Welk woord is verkeerd gespeld?

a)

Auteur

b)

Wantrouwen

c)

Inhoud

d)

Kouwgom

12.

Welk woord is verkeerd gespeld?

a)

Enthausiast

b)

Toeschouwer

c)

Ouderwets

d)

Mouw

13.

Welk woord moet op de puntjes?


Na het overlijden van zijn vader waren zij weken in ........

a)

Rouw

b)

Rauw

14.

Welke uitspraak is waar?

a)

Sterke werkwoorden kun je niet vervoegen

b)

Sterke werkwoorden hebben in de verleden tijd geen meervoud

c)

Sterke werkwoorden veranderen in de verleden tijd van klank

15.

Welke van deze werkwoorden is sterk?

a)

Ploeteren

b)

Zwijgen

c)

Horen

d)

Ontmoeten

16.

Welke van deze werkwoorden is sterk?

a)

Schelden

b)

Verlangen

c)

Branden

d)

Breien

17.

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.


Zijn schuld ............ (bedraagt, vt) 50 euro.

a)

Bedraagde

b)

Bedroog

c)

Bedroeg

18.

Vul de juiste vorm van het werkwoord in.


De commandant ............. (bevelen, vt) zijn soldaten te salueren.

a)

Beveelde

b)

Bevool

c)

Beval

d)

Beviel

19.

Waar of niet waar?


Je gebruikt altijd 's (apostrof -s) bij het meervoud van zelfstandige naamwoorden die op een klinker eindigen.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Welke van onderstaande woorden heeft twee meervouden?

a)

Televisie

b)

Raket

c)

Groente

d)

Medicijn

21.

Wat is het meervoud van café?

a)

Café's

b)

Cafés

c)

Cafees

22.

Wat is het meervoud van fornuis?

a)

Fornuisen

b)

Fornuizen

c)

Fornuis's

23.

Wat is het meervoud van tsunami?

a)

Tsunami's

b)

Tsunamis

c)

Tsunamiën

24.

Welk woord moet op de puntjes? Let ook op de uitgang!


Depay ......... het Nederlands elftal naar de overwinning.

a)

Leid

b)

Lijd

c)

Leidt

d)

Lijdt

25.

Welk woord is verkeerd gespeld?

a)

Schrijfgerij

b)

Eisen

c)

Afwijken

d)

Weigeren

26.

Welk woord is verkeerd gespeld?

a)

Begeleiden

b)

Zwijgen

c)

Terrein

d)

Sprijden