wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

argumentatie v4

Total questions: 21

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

"De gezondheid van de renners gaat boven alles. Daarom valt het toe te juichen dat de gewone dopingcontrole in wielrennerij uitgebreid is met bloedproeven."

Wat is in deze zin het standpunt?

a)

De gezondheid van renners gaat boven alles

b)

Gewone dopingcontrole in wielrennerij is uitgebreid met bloedproeven

c)

Het valt toe te juichen dat de gewone dopingcontrole in wielrennerij is uitgebreid met bloedproeven

2.

"Dit rijbewijs is ongeldig, want het is niet van een handtekening voorzien"

Wat is in deze zin het standpunt?

a)

Het rijbewijs is ongeldig

b)

Het rijbewijs is niet van een handtekening voorzien

3.

"Ik zag dat hij geen trouwring draagt; ik neem daarom aan dat hij niet getrouwd is."

Wat is in deze zin het argument?

a)

Ik zag dat hij geen trouwring draagt

b)

Ik neem aan dat hij niet getrouwd is

4.

Een objectief argument is gebaseerd op feiten

a)

Waar

b)

Niet waar

5.

Een subjectief argument is een argument op basis van controleerbare feiten

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

"Kamperen is heel goedkoop, en daardoor houd je geld over voor andere dingen. Daarnaast ben je ook de hele dag lekker buiten. Het is dus echt wel de leukste vorm van vakantie houden."

Wat is hier het standpunt?

a)

Kamperen is heel goedkoop

b)

Het is goed om geld over te houden voor andere dingen

c)

Als je kampeert ben je de hele dag lekker buiten

d)

Kamperen is de leukste vorm van vakantie houden

7.

Een objectief argument noem je vaak een bewijs

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Een ander woord voor standpunt is ook wel (a)  

9.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Nevenschikkende argumentatie

c)

Enkelvoudige onderschikkende argumentatie

d)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

10.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Meervoudige argumentatie

c)

Enkelvoudige onderschikkende argumentatie

d)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

11.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Meervoudige argumentatie

c)

Enkelvoudige onderschikkende argumentatie

d)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

12.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Meervoudige argumentatie

c)

Enkelvoudige onderschikkende argumentatie

d)

Meervoudige onderschikkende argumentatie

13.

Welk argumentatieschema past bij de volgende uitspraken: Ik vind de nieuwe James Bondfilm geweldig. Het verhaal zit goed in elkaar en de acteurs spelen geloofwaardig.

a)
b)
c)
d)
14.

Welk argumentatieschema past bij de volgende uitspraken: Wielrennen is een gevaarlijke sport, want er gebeuren vaak ongelukken. Er zijn veel valpartijen en ook rijdt er bijna altijd wel iemand tegen een toeschouwer, paaltje of hek aan.

a)
b)
c)
d)
15.

Welk argumentatieschema past bij: Floris gaat met de auto naar zijn werk, want hij heeft meestal zware tassen mee te nemen. Ook reist hij op die manier het snelst, want het openbaar vervoer is niet zo goed geregeld in het gebied waar hij woont.

a)
b)
c)
d)
16.

Welk soort argumentatieschema past het beste bij: Volgens de weerberichten wordt er hevige sneeuw verwacht. Het lijkt me daarom verstandig dat je vandaag thuiswerkt. Bovendien moet er iemand thuis zijn als de loodgieter komt.

a)
b)
c)
d)
17.

Wat is het standpunt in: Mijn nieuwe vriendje kan goed dansen. Daarom wil ik het zelf ook goed leren. Dus ga ik binnenkort op dansles.

a)

Mijn vriendje kan goed dansen.

b)

Ik wil het zelf ook goed leren.

c)

Ik ga binnenkort op dansles.

18.

Anton kan goed schilderen. Hij heeft vorige week al drie schilderijen verkocht. Is het argument "hij heeft vorige week al drie schilderijen verkocht" een feitelijk of een niet-feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

niet-feitelijk

19.

De smartphone is onmisbaar. Je kunt er overal geld mee overmaken en veel jongeren voelen zich ongelukkig zonder smartphone. Is "veel jongeren voelen zich ongelukkig zonder smartphone" een feitelijk of een niet-feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

niet-feitelijk

20.

We kunnen beter met het openbaar vervoer naar Amsterdam gaan. Samen in de trein is veel gezelliger. Is het argument "samen in de trein is veel gezelliger" een feitelijk of een niet-feitelijk argument?

a)

Feitelijk

b)

niet-feitelijk

21.

Een feitelijk argument kun je controleren.

a)

Juist

b)

Onjuist