wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Maatschappijleer politiek T3

Total questions: 28

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.
Geef een definitie van het begrip :Overheid
a)
Eerste en Tweede Kamer
b)
Bestuurders en Managers
c)
Alle politieke partijen samen
d)
Alle  politici en  ambtenaren samen
2.
Een land waar de overheid de burgers helpt als het nodig is noemen we,....
a)
Een maatschappelijke plicht
b)
Politieke betrokkenheid
c)
Verzorgingsstaat
d)
Democratie
3.
Waar of niet waar?
Tweede Kamerleden zijn volksvertegenwoordigers 
a)
Waar
b)
Niet waar
4.
Mijn schoolopleiding is niet van algemeen belang.
a)
Waar
b)
Niet waar
5.
Wat is politiek?
a)
Het nemen van beslissingen en het maken van keuzes voor het Land, Provincie en  Waterschap
b)
Het nemen van beslissingen en het maken van keuzes voor het Land, Provincie en Gemeente
c)
Het nemen van beslissingen en het maken van keuzes voor het Land, Provincie en Ruimtelijke Ordening.
d)
Het nemen van beslissingen en het maken van keuzes voor het Land, Provincie en Wijken
6.
Politiek neemt besluiten voor
a)
Persoonlijk Belang
b)
Algemeen Belang
c)
Staatkundig belang
d)
Beiden
7.
Wij kiezen onze volksvertegenwoordigers, die voor ons beslissingen nemen, dit noemen we  
a)
Een referendum
b)
Directe verkiezingen
c)
Indirecte verkiezingen
d)
Een maatschappelijke kwestie
8.
Een democratie betekent
a)
Dat het volk via een referendum mag beslissen
b)
Dat het volk haar wil opgelegd krijgt
c)
Dat een iemand (of een groep) alle macht heeft
d)
Dat een volk invloed heeft op politieke besluiten
9.
Een standpunt van een liberale partij is dat er verschillen mogen zijn tussen arm en rijk
a)
Juist
b)
Onjuist
c)
Beide opties zijn mogelijk
d)
Geen van beide opties zijn mogelijk
10.
Een lijsttrekker is
a)
De belangrijkste man/vrouw van een politieke partij in verkiezingstijd
b)
Diegene die de lijst noemt met 2e kamer leden
c)
Een 2e kamerlid
d)
Een 1e kamerlid
11.
Trias Politica is
a)
Een scheiding van de rechterlijke, uitvoerende en wetgevende macht
b)
Een scheiding van de rechterlijke, uitvoerende en redegevende macht
c)
Een scheiding van de rechterlijke, uitvoerende en democratische macht
d)
Een scheiding van de rechterlijke, uitvoerende en koloniale macht
12.
Wat is een goed voorbeeld van politici?
a)
Docenten
b)
Advocaat
c)
Brandweerman
d)
Burgemeester
13.
Een voorbeeld van een maatschappelijk probleem is
a)
liefdesverdriet
b)
ruzie met de buren
c)
telen van wiet
d)
discriminatie
14.

Mensen hebben eigen verantwoordelijkheid

a)

rechts

b)

links

c)

midden

15.

de overheid zorgt voor de zwakkeren in de samenleving

a)

rechts

b)

links

c)

midden

16.

juist of onjuist? Middenpartijen hebben overwegend linkse standpunten

a)

juist

b)

onjuist

17.

Kijk naar het plaatje, is deze partij links of rechts?

a)

Links

b)

Rechts

18.

Kijk naar het plaatje, is deze partij links of rechts?

a)

Links

b)

Rechts

19.
Boven de 18 jaar mag je stemmen. Je mag echter niet stemmen wanneer:
a)
Je in de gevangenis zit.
b)
Je overtredingen begaan hebt
c)
Je geen baan hebt.
d)
Je in het buitenland woont.
20.

Een belangrijke taak van de koning is:

a)

de ministers controleren.

b)

het ondertekenen van de wetten.

c)

het kiezen van de Tweede Kamer.

d)

besluiten voor ons land nemen.

21.

De koning en de Tweede Kamer controleren de ministers.

a)

Deze uitspraak is juist.

b)

Deze uitspraak is onjuist.

22.

De ……………… leest op Prinsjesdag de plannen van de ministers voor.

Welk woord is weggelaten?

a)

de minister van Binnenlandse Zaken.

b)

voorzitter van de Tweede Kamer.

c)

minister-president.

d)

koning.

23.

Ambtenaren zijn personen die werken voor:

a)

de regering

b)

de overheid

c)

legerleiding

d)

Eerste Kamer

24.

Als de overheid geld tekort heeft, dan moet het iets doen. Wat is geen oplossing?

a)

overheid wacht tot het overgaat

b)

hogere belastingen

c)

overheid leent geld

d)

overheid gaat bezuinigen

25.

Een actieve overheid hoort bij?

a)

Links

b)

Rechts

26.

Eigen verantwoordelijk past bij:

a)

Links

b)

Rechts

27.

Strengere straffen:

a)

Links

b)

Rechts

28.

Extra geld voor gezinnen met lage inkomens?

a)

Links

b)

Rechts