wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 5 Bloedsomloop

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Welk groot bloedvat ontspringt uit de rechterkamer van het hart?

a)

longader

b)

longslagader

c)

aorta

d)

holle ader

2.

Wat is het grootste bloedvat van ons lichaam?

a)

aorta

b)

longslagader

c)

poortader

d)

borstbuis

3.

Wat is een belangrijk kenmerk van haarvaten?

a)

Haarvaten vervoeren het bloed naar het hart toe

b)

Haarvaten hebben dikke wanden

c)

Haarvaten hebben zeer dunne, halfdoorlatende wanden

d)

Haarvaten vervoeren het bloed van het hart af

4.

Wat is een belangrijk kenmerk van aders?

a)

Aders transporteren het bloed naar het hart toe

b)

Aders wisselen vocht uit met het omliggende weefsel

c)

Aders hebben geen kleppen

d)

Aders transporteren het bloed van het hart af

5.

Wat is de kleine bloedsomloop?

a)

Via de kleine bloedsomloop wordt bloed naar de longen gepompt. Daar wordt zuurstof opgenomen in het bloed.

b)

Via de kleine bloedsomloop wordt bloed naar de darmen gepompt. Daar worden voedingsstoffen opgenomen in het bloed

c)

In dit gedeelte van de bloedsomloop wordt lymfe opgenomen in het bloed

d)

Via de kleine bloedsomloop stroomt bloed naar de hersenen en terug.

6.

In welk gedeelte van het hart is de wand het dikst?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

7.

In welk deel van de bloedsomloop zal de zuurstof concentratie onder normale omstandigheden het hoogst zijn?

a)

longslagader

b)

longader

c)

poortader

d)

holle ader

8.

In welk deel van de bloedsomloop zal de glucose concentratie onder normale omstandigheden het hoogst zijn?

a)

longslagader

b)

aorta

c)

poortader

d)

darmader

9.

Het bloed stroomt van een kuitspier via de longen weer terug naar dezelfde kuitspier. Het bloed gaat daarbij minstens tweemaal door het hart. De weg die het bloed hierbij door het hart aflegt is achtereenvolgens:

a)

linkerkamer - linkerboezem - rechterkamer - rechterboezem

b)

linkerboezem - linkerkamer - rechterboezem - rechterkamer

c)

rechterkamer - rechterboezem - linkerkamer - linkerboezem

d)

rechterboezem - rechterkamer - linkerboezem - linkerkamer

10.

Het bloed in een kransslagader van de mens wordt vergeleken met dat in een kransader wat betreft glucosegehalte en de stroomrichting.


In welk bloedvat is het glucosegehalte het hoogst? In welke richting stroomt dit bloed?

a)

in een kransslagader; naar het hartspierweefsel toe

b)

in een kransslagader; van het hartspierweefsel af

c)

in een kransader; naar het hartspierweefsel toe

d)

in een kransader; naar het hartspierweefsel af

11.

Via de kransslagaders stroomt bloed naar het hartspierweefsel en via de kransaders stroomt het bloed er weer uit. Daarna gaat dit bloed verder door het lichaam.

In welk deel van het hart zal dit bloed vervolgens als eerste komen?

a)

rechterboezem

b)

rechterkamer

c)

linkerboezem

d)

linkerkamer

12.

Bij een mens komt een rode bloedcel, die het hart verlaat, meestal door 1 haarvatennet, voordat deze cel terugkomt in het hart.

Bijvoorbeeld:

hart - aorta - nierslagader - nierhaarvaten - nierader - holle ader - hart


Via welke slagader is hierop een uitzondering, omdat een rode bloedcel dan 2 keer door een (verschillend) haarvatennet gaat?

a)

de darmslagader

b)

de longslagader

c)

de leverslagader

d)

de kransslagader

13.

De tekening stelt een enkelvoudige bloedsomloop van een vis voor. Met de cijfers 1 t/m 4 zijn haarvatennetten in organen aangeduid. Met welk cijfer zijn de haarvaten van de lever aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

14.

Over het hart van de mens worden twee beweringen gedaan:


1) In de cellen van de wand van het hart vindt dissimilatie van glucose plaats

2) In de rechterkamer van het hart is de glucoseconcentratie in het bloed lager dan die in de linkerkamer.


Welke bewering(en) is of zijn juist?

a)

beide juist

b)

beide onjuist

c)

alleen 1 is juist

d)

alleen 2 is juist

15.

Over bloedvaten van de mens worden twee beweringen gedaan:


1) Alle slagaders vervoeren zuurstofrijk bloed

2) De poortader vervoert zuurstofrijk bloed naar de darmen


Welke bewering(en) is of zijn juist?

a)

beide juist

b)

beide onjuist

c)

alleen 1 is juist

d)

alleen 2 is juist

16.

Een molecuul koolstofdioxide bij de mens wordt via de leverader afgevoerd en door een long uitgescheiden.


Door welke bloedvaten gaat dit molecuul in ieder geval?

a)

door een holle ader en een longslagader

b)

door een holle ader en een longader

c)

door een longslagader en de aorta

d)

door een longslagader en een longader

17.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de rechterkamer?

a)

longslagader

b)

rechterboezem

c)

longader

d)

aorta

18.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de linkerkamer?

a)

longslagader

b)

rechterboezem

c)

longader

d)

aorta

19.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de longslagader?

a)

longhaarvaten

b)

linkerboezem

c)

longader

d)

rechterboezem

20.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de nierhaarvaten?

a)

nierader

b)

nierslagader

c)

holle ader

d)

poortader

21.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de poortader?

a)

leverhaarvaten

b)

leverslagader

c)

holle ader

d)

leverader