wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Diagnostische toets LS3 - alle hoofdstukken

Total questions: 25

Worksheet time: 27mins

Name
Class
Date
1.

Een obligaat anaerobe bacterie heeft ...

a)

katalase als O2-ontgiftend enzym

b)

katalase & superoxide dismutase als O2-ontgiftende enzymen

c)

superoxide dismutase als O2-ontgiftend enzym

d)

geen O2-ontgiftende enzymen

2.

Een medium met pepton en gist-extract als componenten, noemen we:

a)

chemisch gedefinieerd

b)

complex

3.

Welke van onderstaande 'groepen' is het meest resistent tegen antimicrobiële middelen?

a)

Endosporen

b)

Gram-positieve bacteriën

c)

Gram-negatieve bacteriën

d)

Schimmels

4.

Zijn bacteriën die denitrificatie uitvoeren aeroob of anaeroob?

a)

Aeroob

b)

Anaeroob

5.

Je inoculeert twee buizen vloeibaar medium met 100 bacteriën. Je incubeert buis 1 bij 25°C en buis 2 bij 37°C. Na 48 uur bevinden zich 900.000 bacteriën in buis 1 en 2000 bacteriën in buis 2. Deze bacterie is:

a)

psychrotroof

b)

psychrofiel

c)

mesofiel

d)

thermofiel

6.

Media waarbij de groei wordt onderdrukt van ongewenste bacteriën en die van gewenste bacteriën wordt bevorderd noemen we:

a)

selectieve media

b)

differentiële media

7.

Een experiment begint met 100 en eindigt met 1.720.320 bacteriën. Hoeveel generaties zijn dit?
 n= (logAt  logA0)÷0,301n=\ \left(\log A_t\ -\ \log A_0\right)\div0,301  

a)

2,95

b)

14,3

c)

28,6

d)

21

8.

Worden bij bacteriostase bacteriën gedood of wordt hun groei geremd?

a)

Gedood

b)

Groei geremd

c)

Kan allebei

9.

Vink het doelwit of de doelwitten van het 'moordwapen' UV-licht aan

a)

DNA

b)

eiwitten

c)

celmembranen

d)

celwanden

10.

Vink het doelwit of de doelwitten van het 'moordwapen' ethanol aan

a)

DNA

b)

eiwitten

c)

celmembranen

d)

celwanden

11.

Welk proces maakt deel uit van de C-kringloop én van de N-kringloop?

a)

Stikstofbinding

b)

Fotosynthese

c)

Afbraak van dode organismen

d)

Methaanproductie

12.

Je plaat 100 facultatief anaerobe cellen uit en incubeert de plaat aeroob. Je doet hetzelfde met een tweede plaat, maar deze incubeer je anaeroob. Na incubatie gedurende 24 uur vind je:​

a)

meer kolonies op de aeroob geïncubeerde plaat

b)

meer kolonies op de anaeroob geïncubeerde plaat

c)

evenveel kolonies op beide platen

13.

Je ziet hier de groei van een psychrotroof bij 3 verschillende temperaturen. Welke lijn hoort bij groei bij 0oC?

a)

lijn a

b)

lijn b

c)

lijn c

14.

Je kweekt een facultatief anaerobe bacterie met en zonder O2 . Welke lijn hoort bij welk experiment?

a)

Met O2: lijn a, zonder O2: lijn b

b)

Met O2: lijn b, zonder O2: lijn a

c)

Met O2: lijn a, zonder O2: lijn c

15.

Welke van onderstaande omstandigheden zorgt ervoor dat een kweek in de stationaire fase terecht komt?

a)

Een schadelijke pH-verandering

b)

Intensieve metabole activiteiten, waarbij o.a. nieuwe enzymen worden aangemaakt

c)

Als de generatietijd een constant minimum bereikt

d)

Aanwezigheid van te veel voedingsstoffen

16.

Een doordenker in combinatie met LS2: tijdens welke groeifase zal een Gram-positieve bacterie het meest vatbaar zijn voor penicilline?

a)

Tijdens de lag fase

b)

Tijdens de log fase

c)

Tijdens stationaire fase

d)

Tijdens de afstervingsfase

17.

Suikers en zouten conserveren voedsel door te zorgen voor:

a)

een lage osmotische druk

b)

een hypertone omgeving

c)

een hypotone omgeving

d)

een lage pH

18.

Welke lijn past het best bij een mesofiel die 5oC onder zijn optimum temperatuur groeit?

a)

Lijn a

b)

Lijn b

c)

Lijn c

19.

Facultatief ...... betekent dat een bacterie:

a)

per se (verplicht) iets nodig heeft

b)

kan switchen tussen wel of niet de betreffende omstandigheid/verbinding, waarbij wel de groeisnelheid kan verschillen

20.

Hoe worden logischerwijs zakken met plastic petrischalen gesteriliseerd?

a)

Door ze te autoclaveren

b)

Met gammastraling

c)

Met UV-licht

d)

Met microgolven

21.

Wat onstaat als je chloor toevoegt aan water?

a)

Ozon

b)

Vrije zuurstof

c)

HCl

d)

Hypochloriet

22.

De omzetting van ammonia naar nitriet vindt plaats onder: [Tip: welk proces ligt ten grondslag aan deze omzetting in de bacteriën?]

a)

aerobe omstandigheden

b)

anaerobe omstandigheden

23.

Bij welke stap uit de N-cyclus hoort anaerobe respiratie?

a)

Ammonificatie

b)

Denitrificatie

c)

Nitrificatie

d)

Stikstofbinding

24.

Goede bioremediatie vindt plaats:

a)

onder aerobe omstandigheden

b)

onder anaerobe omstandigheden

25.

Slibvergisting vindt:

a)

aeroob plaats

b)

anaeroob plaats