wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

de celkern

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel chromosomen heeft een mens?

a)

23

b)

56

c)

46

d)

48

2.

chromosomen zijn

a)

voornamelijk Adenine

b)

hemoglobine

c)

Stukjes van het DNA met een specifieke eigenschap

d)

langgerekte draden die grotendeels uit DNA bestaan

3.

Hoeveel chromosomen heeft iemand met downsyndroom?

a)

32

b)

47

c)

46

d)

48

4.

Wat is een gen?

a)

Een stukje van het DNA dat zorgt voor een specifieke erfelijke eigenschap.

b)

DNA

c)

Het membraan van de celkern

d)

Een langgerekte dunne draad die voornamelijk bestaat uit DNA

5.

Wat past er op ATTACG?

a)

TGCACC

b)

TAATGC

c)

TAACGC

d)

GAATCU

6.

Welke combinatie basenparen is juist?

a)

A-G

b)

A-T

c)

T-C

d)

A-C

7.

Wat zijn voorbeelden van erfelijke eigenschappen (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

oogkleur

b)

dat groen je lievelingskleur is

c)

dat je graag appels eet

d)

lengte

e)

dat je heel hoog kunt springen

8.

Hoe noemen we de basenparen die samen nodig zijn voor een of meer eigenschappen

a)

gen

b)

chromosoom

c)

A, G, T of C

d)

DNA

9.

Een weefsel is een

a)

Groep cellen dat bij elkaar ligt

b)

Groep cellen met dezelfde vorm

c)

Groep cellen met dezelfde functie

d)

Groep cellen met dezelfde vorm en functie

10.

De bouwstenen van een organisme noemen we

a)

de celkern

b)

organen

c)

cellen

d)

weefsels

11.

De celkern is aangegeven met

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

7

12.

De volgende delen heeft een plantaardige cel wel en een dierlijke cel niet (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

celwand

b)

celkern

c)

vacuole

d)

kleurstofkorrels

13.

Je oogkleur erf je van je ouders, dit noem je een

a)

erfelijkheid

b)

overerving

c)

erfelijke eigenschap

d)

chromosoom

14.

18 is de

a)

celwand

b)

vacuole

c)

cytoplasma

d)

bladgroenkorrel

15.

Onderdelen in een organisme zijn: celkern, DNA, chromosoom, gen en cel. Zet deze organismen in de goede volgorde, het kleinste eerst, het grootste als laatste.

a)

DNA - Gen - Cel - Chromosoom - Celkern

b)

Gen - DNA - Chromosoom - Celkern - Cel

c)

Gen - Chromosoom - DNA - Celkern - Cel

d)

Chromosoom - DNA - Celkern - Gen - Cel