wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Regeling 3BB

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Gebruik je zenuwen bij het betalen van je boodschappen?

a)

ja

b)

nee

2.

Waaruit bestaat het centraal zenuwstelsel?

a)

Uit hersenen en het ruggenmerg

b)

Uit het ruggenmerg en zenuwen

c)

Het ruggenmerg en zenuwcellen

d)

Uit zenuwen en zenuwcellen

3.

Een zenuwcel geleidt impulsen naar spieren in de pink.

Waar ligt het cellichaam van deze zenuwcel?

a)

in de arm

b)

in de hand

c)

in de pink

d)

in het centraal zenuwstelsel

4.

Bevinden zenuwen zich alleen in het zenuwstelsel?

a)

ja

b)

nee

5.

Zijn prikkels elektische signalen?

a)

ja

b)

nee

6.

Welk antwoord geeft de juiste 5 zintuigen aan?

a)

ogen, oren, mond, neus, huid, handen

b)

ogen, mond, oren, huid, neus

c)

ogen, oren, mond, huid, neus, voeten

d)

ogen, oren, mond, huid, neus, gevoel

7.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
8.
Elk zintuig is gevoelig voor
a)
dezelfde prikkel
b)
geen prikkel
c)
veel prikkels
d)
een eigen prikkel
9.

Een impuls vanuit een zintuig gaat via je zenuwen naar

a)

je zintuigen

b)

je botten

c)

je spieren

d)

je hersenen

10.
Zenuwen komen samen in
a)
je spieren
b)
je hersenen
c)
je ruggenmerg
d)
je skelet
11.

Maak de volgende zin af:

Je neemt pas bewust waar, als de impulsen

a)

in je hersenen zijn aangekomen

b)

onderweg zijn naar je hersenen

c)

in je ruggenmerg zijn aangekomen

d)

in je spieren zijn aangekomen

12.

Maak de volgende zin af:

Geluid is een

a)

zintuig

b)

waarneming

c)

prikkel

d)

impuls

13.
Het centrale zenuw-stelsel bestaat uit:
a)
Zenuwen
b)
Zenuwen en de hersenen
c)
Zenuwen en het ruggenmerg
d)
De hersenen en het ruggenmerg
14.

Welk onderdeel van de neus geeft het vraagteken aan?

a)

Neusholte

b)

Neus-slijmvlies

c)

Reukharen

d)

Zintuigcellen

15.

Het Centrale Zenuwstelsel bestaat uit ..

a)

De grote hersenen, de zenuwbanen en de kleine hersenen

b)

De hersenen en het ruggenmerg

c)

De grote hersenen, de zenuwbanen en het ruggenmerg

d)

De grote hersenen, de hersenstam en de zenuwbanen

16.

Een zenuwcel bestaat uit een aantal onderdelen. Nummer 1 is ..

a)

het cellichaam

b)

de korte uitloper

c)

de lange uitloper

d)

de celkern van het cellichaam

17.

Een zenuwcel bestaat uit een aantal onderdelen. Nummer 2 is ..

a)

het cellichaam

b)

de korte uitloper

c)

de lange uitloper

d)

de celkern van het cellichaam

18.

De zenuwcel die weergegeven is in de afbeelding is een ..

a)

schakelzenuwcel

b)

gevoelszenuwcel

c)

bewegingszenuwcel

19.

Een prikkel wordt in het lichaam omgezet in een soort stroompje. Dit gebeurt in een ..

a)

schakelzenuwcel

b)

gevoelszenuwcel

c)

bewegingszenuwcel

d)

zintuigcel

20.

De weg van een impuls gaat over een aantal banen. De juiste volgorde van het ontstaan van een prikkel tot de actie is:

a)

prikkel-bewegingszenuwcel-schakelzenuwcel-ruggenmerg-hersenen-ruggenmerg-gevoelszenuwcel-schakelzenuwcel-spier

b)

prikkel-zintuigcel-impuls-gevoelszenuwcel-schakelzenuwcel-ruggenmerg-hersenen-schakelzenuwcel-ruggenmerg-bewegingszenuwcel-spier

c)

impuls-zintuigcel-ruggenmerg-schakelzenuwcel-grote hersenen-kleine hersenen-ruggenmerg-gevoelszenuwcel-spier