Worksheets3 basis hoofdstuk 1 krachten oefenen
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Een kracht kan de vorm van een voorwerp veranderen.
waar
niet waar
Een kracht is zichtbaar.
waar
niet waar
Een kracht heeft een aangrijpings-punt.
waar
niet waar
Voorwerpen kunnen spierkracht uitoefenen.
waar
niet waar
Een magneet werkt op wrijvingskracht.
waar
niet waar
In de kabel van een hijskraan werkt een spankracht.
waar
niet waar
De lengte van een vector bereken je met behulp van een
krachten-schaal.
waar
niet waar
Gewicht is een kracht.
waar
niet waar
De zwaartekracht werkt naar beneden.
waar
niet waar
Zwaartekracht meet je met een krachtmeter.
waar
niet waar
De zwaartekracht op een zak zout met een massa van 10 kg is 1 N.
waar
niet waar
Wrijvings-kracht is een meewerkende kracht.
waar
niet waar
Zonder wrijving tussen de banden en de weg kun je fietsen.
waar
niet waar
Een hefboom kan krachten vergroten.
waar
niet waar
Een hefboom gaat draaien als hij in evenwicht is.
waar
niet waar
Op een hefboom in evenwicht werkt meer dan één kracht.
waar
niet waar
Brede banden oefenen een grotere druk uit op de grond dan smalle banden
waar
niet waar
Massa is een ander woord voor zwaartekracht.
waar
niet waar
Een kracht teken je met een vector.
waar
niet waar
Hoe groter het oppervlak, hoe kleiner de druk.
waar
niet waar
