wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 2 onderwerp en hoofdgedachte

Total questions: 13

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.
Eén van de opties hieronder is geen tekstdoel. Welke?
a)
Informeren
b)
Instructie geven
c)
Verwijzen
d)
Overtuigen
2.
Waar vind je meestal de hoofdgedachte van een tekst?
a)
Inleiding + slot
b)
Tweede alinea
c)
Kern
d)
Titel
3.
Wat is de hoofdgedachte van een artikel?
a)
Het tekstdoel
b)
De kortst mogelijke samenvatting van de tekst
c)
Het onderwerp
d)
Waarom de schrijver de tekst heeft geschreven
4.
Stel: een tekst heeft drie delen. Eén gaat over paardrennen, het tweede deel gaat over poker en het derde gaat over speelautomaten. Wat zal het onderwerp van deze tekst zijn?
a)
Maneges
b)
Sporten
c)
de Nederlandse overheid
d)
Gokken
5.
Waaraan kun je zien of een tekst betrouwbaar is?
a)
Lettertype
b)
Datum
c)
Woonplaats van de schrijver
d)
Hoeveelheid woorden
6.

Wat is de woordraadstrategie?

a)

Hiermee kun je woorden leren kennen.

b)

Hiermee kun je woorden beter onthouden.

c)

Hiermee kun je de betekenis van woorden uit de tekst ontdekken.

d)

Hiermee kun je woorden leren onthouden.

7.

Wat is de hoofdgedachte van een tekst?

a)

Het bevat het belangrijkste nieuws van een nieuwsbericht.

b)

Het vat de belangrijkste inhoud van een tekst in enkele zinnen samen.

c)

Het vertelt in één zin wat de tekst over het onderwerp van de tekst zegt.

8.

Wat is het onderwerp van een biografie over Poetin?

a)

Dat weet je niet zonder het boek gelezen te hebben.

b)

Een boek heeft nooit een onderwerp.

c)

Poetin.

d)

Poetin zoals hij het zelf zou vertellen.

9.

Wat is de mogelijke hoofdgedachte van een tekst over schoonmaakmiddelen?

a)

Ook een kast vol met jaren oude schoonmaakmiddelen?

b)

De meeste schoonmaakmiddelen zijn eigenlijk overbodig.

c)

Veel mensen weten niet dat je de schimmel in je badkamer met azijn kunt wegkrijgen.

10.

Het belangrijkste doel van een brief van de NS over tariefswijzigingen is ...

a)

informeren

b)

instrueren

c)

overhalen

d)

overtuigen

11.

Teksten over hetzelfde onderwerp en met hetzelfde doel hebben dezelfde hoofdgedachte.

a)

Dat zou kunnen, maar hoeft niet.

b)

Ja, want de teksten willen hetzelfde bereiken.

c)

Nee, elke tekst is verschillend en heeft dus een andere hoofdgedachte.

12.

Welke uitspraken zijn juist?

De informatie in een tekst is betrouwbaarder als....

a)

de bron belang heeft bij een bepaalde voorstelling van zaken.

b)

de bron van de tekst bekend is.

c)

de bron verstand heeft van het onderwerp.

d)

de informatie in elk geval ouder is dan één week.

e)

de informatie te controleren is.

13.

Deze korte test was;

a)

makkelijk, omdat ik goed opgelet heb tijdens de les.

b)

moeilijk, omdat ik niet oplet in de les