WorksheetsStofwisseling 1-3
Total questions: 11
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
Het vormen van nieuwe stoffen noem je:
a)
Verbranding
b)
Fotosynthese
c)
Stofwissling
2.
Enzymen zijn:
a)
Vetten
b)
Eiwitten
c)
Koolhydraten
3.
1 enzym kan...
a)
Knippen
b)
Plakken
c)
Knippen EN plakken
d)
Knippen OF plakken
4.
Dit organisme doet...
a)
Verbranding
b)
Fotosynthese
c)
Verbranding EN fotosynthese
d)
Niks
5.
Welke stof bevat veel energie?
a)
Zuurtsof
b)
Koolstofdioxide
c)
Water
d)
Eiwit
6.
Zetmeel van glucose maken noemen we...
a)
Onsimilatie
b)
Dissimilatie
c)
Assimilatie
d)
Stimulatie
7.
Vet is een anorganische stof
a)
Juist
b)
Onjuist
8.
In organische stoffen zit veel energie.
a)
juist
b)
onjuist
9.
Vertering is een voorbeeld van stofwisseling
a)
juist
b)
onjuist
10.
In een aquarium die in het licht staat, gevuld is met water, slakken en waterplantjes...
a)
Blijft het zuurstof en koolstofdioxide gehalte gelijk
b)
Daalt het koolstofdioxide gehalte
c)
Daalt het zuurstofgehalte
11.
Een salamander heeft een hogere stofwisseling bij een temperatuur van 40 graden celcius dan een hond.
a)
Juist
b)
Onjuist
100 %
