Font size
S
M
L
XL
WorksheetsBoekhouding
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Waar staat vaste activa?
a)
Resultatenrekening
b)
Balans
2.
Wie zijn handelsbediteuren?
a)
leveranciers
b)
klanten
3.
Wat is een krediet?
a)
Schuld
b)
Lening
c)
Beginbedrag
4.
De balans moet....
a)
in evenwicht
b)
in resultatenrekening
5.
Wat betekent RR?
a)
Rekening Referentie
b)
Resultatenrekening
6.
Welke 2 elementen staan op de resultatenrekening?
a)
Opbrengsten en Kosten
b)
Shulden en Vaste activa
7.
Wat is een ander woord voor omzet?
a)
Opbrengsten
b)
Onderneming
c)
Kosten
8.
actiefrekening die stijgt gaan we
a)
debiteren
b)
crediteren
9.
Als de kosten meer zijn dan opbrengsten is het dan?
a)
winst
b)
verlies
10.
Passiefrekening die vermindert gaan we dan ?
a)
crediteren
b)
debiteren
11.
Kosten die verminderen gaan we dan?
a)
crediteren
b)
debiteren
12.
Welke 2 letters moeten op de T-rekeningen staan?
a)
K en M
b)
C en L
c)
D en C
d)
Q en R
Reset
