WorksheetsWW spelling Line
Total questions: 10
Worksheet time: 20mins
Wat is waar?
Zwakke werkwoorden veranderen van klank.
Sterke werkwoorden veranderen van klank.
Zwakke werkwoorden zijn altijd met en.
Sterke werkwoorden zijn altijd met en.
storten
Het vliegtuig...............in een diep ravijn.
stortten
storte
storten
stortte
vastspelden
Zij..........de zoom in haar rok........ .
spelde vast
spelte vast
speldde vast
spelden vast
doden
De moordenaar..........zijn gijzelaar.
doodte
dooddene
doode
doodde
mailen
............. er veel mensen.
Mailden
Mailde
mailde
mailden
steigeren
Het paard.........in de stal.
steirgerden
steirgerte
steirger
steigerde
winkelen
De moeder en haar dochter..........in de stad.
winkelde
winkelte
winkelten
winkelden
duwen
De kinderen.........de grote kar vooruit.
duwden
duwde
duwt
duwte
dreigen
De baas........... met ontslag.
dreigte
dreigde
dreigten
dreigden
nemen
Hij........ mijn zusje mee naar het feest.
neemde
nam
neemte
namde
