Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

WW spelling Line

Total questions: 10

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat is waar?

a)

Zwakke werkwoorden veranderen van klank.

b)

Sterke werkwoorden veranderen van klank.

c)

Zwakke werkwoorden zijn altijd met en.

d)

Sterke werkwoorden zijn altijd met en.

2.

storten


Het vliegtuig...............in een diep ravijn.

a)

stortten

b)

storte

c)

storten

d)

stortte

3.

vastspelden


Zij..........de zoom in haar rok........ .

a)

spelde vast

b)

spelte vast

c)

speldde vast

d)

spelden vast

4.

doden


De moordenaar..........zijn gijzelaar.

a)

doodte

b)

dooddene

c)

doode

d)

doodde

5.

mailen


............. er veel mensen.

a)

Mailden

b)

Mailde

c)

mailde

d)

mailden

6.

steigeren


Het paard.........in de stal.

a)

steirgerden

b)

steirgerte

c)

steirger

d)

steigerde

7.

winkelen


De moeder en haar dochter..........in de stad.

a)

winkelde

b)

winkelte

c)

winkelten

d)

winkelden

8.

duwen


De kinderen.........de grote kar vooruit.

a)

duwden

b)

duwde

c)

duwt

d)

duwte

9.

dreigen


De baas........... met ontslag.

a)

dreigte

b)

dreigde

c)

dreigten

d)

dreigden

10.

nemen


Hij........ mijn zusje mee naar het feest.

a)

neemde

b)

nam

c)

neemte

d)

namde