wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

erfelijkheid bs 1 tm 3

Total questions: 20

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Je genotype ontstaat bij de bevruchting van een eicel door een zaadcel

a)

waar

b)

niet waar

2.

Je genotype kun je veranderen

a)

waar

b)

niet waar

3.

Waar is dit een foto van ?

a)

Chromosomen

b)

zaadcellen

c)

eicellen

d)

DNA

4.

Hoeveel chromosomen zitten er in een lichaamscel van de mens?

a)

23

b)

46

c)

32

d)

64

5.

Hoeveel chromosoomparen zitten er in een geslachtscel van de mens?

a)

23

b)

46

c)

zitten geen paren in, zijn enkel

6.

In een eicel zit erfelijk materiaal van vader en moeder

a)

waar

b)

niet waar

7.

Als je een bruin kleurtje hebt gekregen van de zon, dan is je ............veranderd.

a)

fenotype

b)

genotype

8.

Chromosomen zitten in ...............

a)

Het DNA

b)

de genen

c)

de celkern

9.

Waardoor ontstaat het fenotype?

a)

genotype

b)

invloeden uit het milieu

c)

geen van beiden

d)

zowel genotype als invloeden vanuit het milieu

10.

Is een gen een deel van een chromosoom dat informatie bevat voor alle erfelijke eigenschappen?

a)

ja

b)

nee

11.

Wat ontstaat er bij de deling van een moedercel?

a)

een kindercel

b)

een dochtercel

c)

een zooncel

d)

een nakomelingcel

12.

In de eicellen van de vrouw komen allemaal dezelfde genotype voor.

a)

waar

b)

niet waar

13.

In de zaadcellen van de man zitten allemaal verschillende genotype.

a)

waar

b)

niet waar

14.

Bij een mutatie zijn een of meerdere genen veranderd of gemuteerd

a)

waar

b)

niet waar

15.

Albinos komen alleen bij dieren voor.

a)

waar

b)

niet waar

16.

Waardoor ontstaat de bleke, witte kleur van een albino?

a)

ze hebben een witte stof in hun bloed

b)

ze kunnen geen pigment aanmaken waardoor ze bleek,wit zijn

c)

ze hebben een speciale witte laag op hun huid

17.

Stoffen in sigarettenrook en asbest horen bij mutagene invloeden

a)

waar

b)

niet waar

18.

Bij het kleuren van haar verander je ook je genotype

a)

waar

b)

niet waar

19.

Bij het zetten van een tattoo verander je het fenotype

a)

waar

b)

niet waar

20.

Het samensmelten van een eicel met een zaadcel noemen we ongeslachtelijke voortplanting.

a)

waar

b)

niet waar