wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

3.1 Waarnemen

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Wat zijn zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, huid, handen
b)
ogen, mond, oren, huid, neus
c)
ogen, oren, mond, huid, neus, voeten
d)
ogen, oren, mond, huid, neus, gevoel
2.
Wat kun je met je zintuigen doen?
a)
informatie uit je omgeving zien
b)
informatie uit je omgeving horen
c)
informatie uit je omgeving waarnemen
d)
geen idee
3.
Je neemt waar doordat je iets
a)
voelt, ruikt, ziet, hoort, proeft
b)
eet, voelt, ruikt, ziet, hoort
c)
voelt, ruikt, ziet, hoort, proeft, hoopt
d)
doet
4.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
5.
Prikkels zijn: licht, geluid, geur, smaak, kou, warmte, tast en
a)
gevoel
b)
zweet
c)
aanraking
d)
tja.....
6.
Elk zintuig is gevoelig voor
a)
dezelfde prikkel
b)
geen prikkel
c)
veel prikkels
d)
een eigen prikkel
7.
In de zintuigen wordt van een prikkel een
a)
taak gemaakt
b)
afdruk gemaakt
c)
impuls gemaakt
d)
inpuls
8.
Een impuls is een bericht met
a)
informatie
b)
nieuws
c)
geluid
d)
geen idee
9.
Een impuls gaat door je zenuwen naar
a)
je zintuigen
b)
je botten
c)
je spieren
d)
je hersenen
10.
Zenuwen zitten
a)
nergens in je lichaam
b)
overal in je lichaam
c)
ergens in je lichaam
d)
ergens buiten je lichaam
11.
Zenuwen komen samen in
a)
je spieren
b)
je hersenen
c)
je ruggenmerg
d)
je skelet
12.
Zenuwen, ruggenmerg en hersenen vormen samen
a)
het skelet
b)
het orgaanstelsel
c)
het spierstelsel
d)
het zenuwstelsel
13.
Je neemt pas waar als de impulsen
a)
in je hersenen zijn aangekomen
b)
onderweg zijn naar je hersenen
c)
in je ruggenmerg zijn aangekomen
d)
in je spieren zijn aangekomen
14.
Na een waarneming kun je
a)
nadenken
b)
uitrusten
c)
niets doen
d)
reageren
15.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
16.
Je beslist hoe je reageert met
a)
je zintuigen
b)
je impuls
c)
je prikkel
d)
je hersenen
17.
Je lijkt arrogant als je je naam hoort en
a)
niet kijkt in de richting van het geluid
b)
kijkt in de richting van het geluid