wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ademhaling en verbranding

Total questions: 21

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de brandstof bij de verbranding van een kaars?

(a)  

2.

Wat kun je aantonen met condens (beslaan van de pot)?

a)

Dat er water ontstaat bij de verbranding van een kaars

b)

Dat er water nodig is bij de verbranding in een organisme

c)

Dat er koolstofdioxide ontstaat bij de verbranding van een kaars

d)

Dat er zuurstof nodig is bij de verbranding in een organisme

3.

Waarmee kunnen we koolstofdioxide aantonen?

a)

Met de indicator: Demiwater

b)

Met de indicator: Biureetoplossing

c)

Met de indicator: Kalkwater

d)

Met de indicator: Jodium

4.

Om welke reden(en) is ademen door de neus gezonder?

a)

De lucht wordt gekeurd

b)

De lucht wordt gefilterd (Stofdeeltjes worden uit de lucht gehaald)

c)

De lucht wordt verwarmd

d)

De lucht wordt vochtig gemaakt

5.

Waarmee begint de buikademhaling?

a)

Het samentrekken van de tussenribspieren

b)

Het samentrekken van het middenrif

c)

Het ontspannen van de tussenribspieren

d)

Het ontspannen van het middenrif

6.

Wanneer is een dier endotherm?

a)

Als het dier een constante lichaamstemperatuur heeft

b)

Als het dier een wisselende lichaamstemperatuur heeft

c)

Als het dier in winterslaap moet

d)

Als het dier in winterrust moet

7.

Welke uitspraken zijn waar over de winterrust

a)

Het dier gaat in de herfst en winter in slaap en ontwaakt pas weer in de lente

b)

Het dier legt een reservevoorraad van vet in zijn lichaam aan

c)

Het dier heeft lange periodes van slaap in de herfst en winter

8.

Wat is de vitale capaciteit?

a)

De hoeveelheid lucht die je in- en uitademt bij een normale, rustige ademhaling

b)

De hoeveelheid lucht die je maximaal kan uitademen na een maximale inademing

c)

De lucht die altijd in je longen blijft (ook na een maximale uitademing)

d)

De totale hoeveelheid lucht die in de longen past

9.

1 longen worden groter

2 borstholte wordt groter

3 tussenribspieren trekken samen

4 lucht stroomt naar binnen

Wat is de goede volgorde?

a)

1-2-3-4

b)

4-1-3-2

c)

3-2-1-4

d)

3-1-2-4

10.

Wat hoort niet bij de uitademing?

a)

Lucht stroomt naar buiten

b)

Longen worden kleiner

c)

Borstholte wordt kleiner

d)

Tussenribspieren trekken samen

11.

Hoe werken de stembanden?

a)

Ze kunnen door spieren in trilling worden gebracht waardoor er geluid komt

b)

Het strottenhoofd beweegt op en neer waardoor er geluid komt

c)

De luchtpijp trilt waardoor er geluid komt

d)

Ze kunnen door de langsstromende lucht in trilling worden gebracht waardoor er geluid komt

12.

Wat is onderdeel 6? (klik op het plaatje om te vergroten)

a)

Luchtpijptakje

b)

Bronchus

c)

Longblaasje

d)

Luchtpijp

13.

Waardoor is de luchtpijp zo stevig?

a)

Door de spieren

b)

Doordat er continu lucht doorheen stroomt

c)

Door de kraakbeenringen

d)

Doordat er bot omheen zit

14.

Welke long is kleiner en waarom?

a)

Linkerlong, hier ligt het hart half onder

b)

Rechterlong, hier ligt het hart half onder

c)

Linkerlong, hier ligt de maag half onder

d)

Rechterlong, hier ligt de maag half onder

15.

.(1).+water ---bladgroenkorrels---zonlicht---> glucose + .(2).

Wat moet op nr 1 en 2?

a)

1 zuurstof, 2 koolstofdioxide

b)

1 koolstofdioxide, 2 zuurstof

c)

1 kaarsvet, 2 energie

d)

1 glucose, 2 energie

16.

.(1).+water ---bladgroenkorrels---zonlicht---> glucose + .(2).

Welke formule is dit?

a)

Verbranding in een organisme

b)

Verbranding van een kaars

c)

Fotosynthese

17.

Welke uitspraak/uitspraken zijn waar over ectotherme dieren?

a)

Ze gebruiken verbranding om op te warmen

b)

Ze gebruiken verbanding om aan beweging te kunnen doen

c)

Ze kunnen heel lang doen met hun brandstoffen

d)

Ze moeten opwarmen in het zonlicht

18.

Moeten ectotherme dieren in de winter aan verbranding doen?

a)

Ja

b)

Nee

19.

Moet een dier in winterslaap aan verbranding doen?

a)

Ja

b)

Nee

20.

Wat is nummer 5? (klik op de afbeelding om te vergroten)

a)

Strottenhoofd

b)

Luchtpijp

c)

Keelholte

d)

Slokdarm

21.

In welk onderdeel van de cel vindt de verbranding plaats?

a)

Ribosoom

b)

Mitochondriën

c)

Celkern

d)

Cytoplasma