NEW
Font size
WorksheetsSNT_1.1._Subject en verbum door elkaar
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
SUBJECT -> Meryem krijgt een cadeautje voor haar verjaardag.
krijgt
Meryem
een cadeautje
verjaardag
SUBJECT -> Het blonde meisje vraagt iets in de klas.
Het meisje
Het blonde meisje
Meisje
vraagt
VERBUM -> De broer van Razvan woont in een appartement.
De broer
De broer van Razvan
woont
in een appartement
SUBJECT -> Meneer Thijs en Meneer Maarten spelen gitaar.
Meneer Thijs
Meneer Maarten
Meneer Thijs en Meneer Maarten
Thijs en maarten
VERBUM -> Leest Otylja een leuk boek?
Leest
Marwa
een
leuk boek
SUBJECT -> Die dikke man loopt elke dag in het park.
man
Die man
Die dikke man
loopt
VERBUM -> De mooie vrouw rookt een sigaret.
De mooie vrouw
vrouw
rookt
een sigaret
VERBUM -> Doe jij het blikje in de vuilnisbak?
jij
Doe
het blikje
in de vuilnisbak
SUBJECT -> Jij en je zus gamen op de Playstation.
Jij
je zus
gamen
Jij en je zus
VERBUM -> De man en de vrouw trouwen in de kerk.
De man en de vrouw
trouwen
in de kerk
De man
