wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Houden van Dieren

Total questions: 18

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Gewervelde dieren zijn.....

a)

Dieren die hun jongen zogen

b)

Dieren met een ruggenwervel

c)

Dieren die alleen op het land leven

d)

Dieren die alleen in het water leven

2.

Gewervelde dieren kun je onderverdelen in vijf groepen. Welke groep hoort er niet bij?

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Weekdieren

3.

Een koudbloedig dier.....

a)

heeft altijd dezelfde lichaamstemperatuur

b)

is altijd koud

c)

is altijd warm

d)

past zijn lichaamstemperatuur altijd aan

4.

Wanneer horen dieren tot een bepaalde diersoort?

a)

Wanneer ze dezelfde uiterlijke kenmerken hebben

b)

Wanneer ze uit hetzelfde milieu komen

c)

Wanneer ze vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen

d)

Wanneer zij zich samen kunnen voortplanten

5.

Wanneer spreek je over een ras?

a)

Wanneer de dieren dezelfde uiterlijke kenmerken hebben

b)

Wanneer de dieren hetzelfde voerpatroon hebben

c)

Wanneer dieren uit dezelfde klasse komen

6.

Wat is een hybride?

a)

Een dier gemixt uit twee verschillende rassen

b)

Een dier dat zowel op water als land leeft

c)

Een dier gemixt uit twee verschillende diersoorten

d)

Een dier dat zowel op land als in de lucht leeft

7.

Wat is een bastaard?

a)

Een jonge hybride

b)

Een mix van twee rassen

c)

Een mix van twee diersoorten

8.

Wat betekent domesticatie?

a)

Tam maken van huisdieren

b)

Tam maken van gezelschapsdieren

c)

Tam maken van wilde dieren

d)

Tam maken van zoogdieren

9.

Een hond wordt gevacineerd tegen hondsdolheid. Behoort dit tot een signalement?

a)

ja

b)

nee

10.

Om konijnen te identificeren worden zij bij de fokker getatoeëerd. Welke gegevens staan in het rechter oor?

a)

jaartal en afkorting fokker

b)

maand en afkorting fokker

c)

jaartal en hoeveelste konijn er geboren is

d)

maand en hoeveelste konijn er geboren is

11.

De hoogte van een productie dier noem je

a)

Schoftig

b)

Schoftbreedte

c)

Schofthoogte

12.

Wat doet een keurmeester op een tentoonstelling?

a)

Dier beoordelen op interieur

b)

Dier beoordelen op exterieur

c)

Dier beoordelen op rasstandaard

d)

Dier beoordelen op gedrag

13.

Wanneer spreek je van toiletteren?

a)

Wanneer het dier zijn behoefte doet voor de show

b)

Wanneer je het dier mooi maakt voor een show

c)

Wanneer je het dier extra vet mest voor een show

14.

Stro is gemaakt van

a)

gedroogd gras

b)

gedroogd kuil

c)

gedroogde stengels van bijvoorbeeld graan

d)

gedroogd stengels van bijvoorbeeld riet

15.

Wat is bio-industrie?

a)

Dieren die een optimaal leven hebben gehad voor slachting

b)

Dieren die voor slachting in een normale tijd groot worden gebracht in slechte omstandigheden

c)

Dieren die voor slachting zo goedkoop mogelijk groot gebracht worden in slechte omstandigheden

16.

Welke dieren moeten extra krachtvoer (brok) gegeven worden?

a)

Sportdieren en drachtige dieren

b)

Sportdieren en gezelschapsdieren

c)

Drachtige dieren en zogende dieren

d)

Sportdieren, drachtige dieren en zogende dieren

17.

handmatige systemen leveren

a)

meer arbeid

b)

minder arbeid

c)

problemen door storingen

d)

minder kans op verspilling van producten

18.

Nagels knippen van een konijn is een voorbeeld van

a)

dagelijkse werkzaamheden

b)

periodieke verzorging