Font size
WorksheetsM4 Examen Nederlands 2015 - 1
Total questions: 11
Worksheet time: 6mins
In Alinea 1 wordt het onderwerp van de tekst onder meer ingeleid door het noemen van een aanleiding.
Op welke manier wordt het onderwerp nog meer ingeleid?
Dit gebeurt door
de geschiedenis van het centrale onderwerp te schetsen.
een aspect van het centrale onderwerp te presenteren.
een samenvatting van het onderwerp vooraf te geven.
verschillende belangrijke meningen over het onderwerp te noemen.
In alinea 1 worden twee redenen genoemd waarom vogelzang hartverwarmend is.
Welke twee redenen zijn dat?
Vogelzang kondigt de lente aan
Vogelzang is wezenlijk anders dan het blaffen van honden.
Het is elk jaar hetzelfde verhaal.
Vogelzang is een soort praten.
In de alinea’s 3 en 4 wordt gesproken over vocaal leren. Welke drie groepen vogels kunnen vocaal leren, volgens de tekst?
Weidevogels
Zangvogels
Kolibries
Papegaaien
In alinea 3 wordt vocaal leren uitgelegd als het vermogen om geluiden na te bootsen.
Welke twee andere omschrijvingen dan ‘vocaal leren’ worden in alinea 3 en in alinea 6 gebruikt om dat nabootsen van geluiden aan te geven?
Alinea 3: klank imiteren
Alinea 3: geluiden nabootsen
Alinea 6: zingende vogels
Alinea 6: reproduceren van een deuntje
Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 3 tot en met 5?
Alle dieren hebben een auditief vermogen
Alle dieren kennen een spraakvermogen
Spraak van mens en dier kent overeenkomsten
Spraak van mens en dier ontstaat instinctief
Wat is het verband tussen alinea 4 en alinea 5?
Alinea 4 en alinea 5 vormen een tegenstelling.
Alinea 4 en alinea 5 vormen samen een opsomming.
Alinea 5 geeft een voorbeeld bij wat er in alinea 4 staat.
Alinea 5 geeft het gevolg van wat er in alinea 4 staat.
Volgens de alinea’s 6 en 7 zijn er aanwijzingen dat er een parallel is tussen zingende vogels en pratende mensen.
Welke twee aanwijzingen zijn dat?
Vergelijkbare hersenstructuren
Genen gemeen hebben
FOXP2-gen
Grote schors, cortex
Steve Pinker zegt volgens de tekst: “Vocaal leren is uitzonderlijk”. (regel 55) Jarvis ondersteunt deze uitspraak.
Citeer de zin uit alinea 4 of uit alinea 5 waarmee Jarvis deze uitspraak ondersteunt.
Deze prestatie t/m genoemde vogelgroepen. (r. 59 - 64)
Pratende papegaaien t/m ook werkelijk. (r. 65 - 67)
Het zingen t/m werkelijk leren. (r. 67 -70)
De Amerikaanse t/m ze ook. (r. 73 - 78)
Welke zin geeft het beste de hoofdgedachte van deze tekst weer?
Alleen vogels beschikken net als mensen over een taalvermogen.
Auditief leren is onmisbaar voor het ontwikkelen van taalvermogen.
Er bestaan overeenkomsten in taalvermogen bij mensen en vogels.
Het taalvermogen bij dieren en mensen is genetisch bepaald in de cortex.
In deze tekst laat de schrijver enkele deskundigen aan het woord. Op welke manier gaat hij om met hun uitspraken?
Hij gebruikt de uitspraken om meningen tegen te spreken.
Hij is het absoluut oneens met de uitspraken.
Hij komt op grond van de uitspraken tot een eigen mening.
Hij trekt de juistheid van de uitspraken in twijfel.
Hoe heb je dit examen gemaakt?
Veel vragen goed, ik vond het makkelijk.
Veel vragen goed, maar ik vond het wel lastig.
Niet zo veel vragen goed, ik vond het moeilijk.
Niet zo veel vragen goed, ik heb slordig gewerkt.
Mijn antwoord staat er niet tussen.
