wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Letterlijk of figuurlijk (uitdrukkingen)

Total questions: 14

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

De tandarts keek naar Din zijn mond vol tanden.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

2.

Sude stond met haar mond vol tanden toen de juf haar vroeg waarom ze haar taak niet had gemaakt.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

3.

De bakker had niets gebakken, omdat hij ziek was.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

4.

Toen Chloé koekjes wou maken voor mama, bakte ze er niets van. Alle koekjes waren aangebrand.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

5.

Johan deed heel geheimzinnig toen Blessing vroeg wat hij ging doen vandaag. Volgens mij voert hij iets in zijn schild.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

6.

Chloë heeft vlinders in haar buik. Ze is heel de tijd aan het dagdromen over die mooie jongen.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

7.

Mijn papa gaat altijd met de kippen op stok. Hij moet 's ochtends vroeg op.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

8.

De kapper zit met haar handen in mijn haar.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

9.

Toen ik van de juf die moeilijke opdracht kreeg, zat ik met de handen in het haar.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

10.

Kruis de juiste betekenis aan.

Hij woont in het hart van de stad.

a)

Hij woont in het midden van de stad.

b)

In de stad is een hartje getekend en daar woont hij.

c)

Zijn huis heeft de vorm van een hartje.

11.

Toen Caleb van zijn fiets viel, was zijn neus aan het bloeden.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

12.

Toen de juf vroeg wie alle koekjes had opgegeten, deed Liz of haar neus bloedde.

a)

Letterlijk

b)

Figuurlijk

13.

Kruis de juiste betekenis aan.

Papa is snel op zijn tenen getrapt.

a)

Papa heeft grote tenen waardoor mensen per ongeluk op zijn tenen trappen.

b)

Papa wordt snel boos.

c)

Papa kan snel lopen.

14.

Kruis de betekenis aan:

De appel valt niet ver van de boom.

a)

Kinderen lijken vaak erg veel op hun ouders.

b)

De appels liggen altijd dichtbij de stam van de boom.