wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

BVJ, Thema 5 Erfelijkheid

Total questions: 22

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Vachtkleur, oogkleur, groene bladeren en sproeten zijn voorbeelden van

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Milieu

2.

Vanaf welk moment staat het genotype vast?

a)

De eicel

b)

De geboorte

c)

Vanaf het moment dat het organisme 1 jaar in leven is

d)

De bevruchting van de eicel met zaadcel

3.

Het fenotype wordt bepaald door

a)

Genotype

b)

Milieu

c)

Genotype en milieu

d)

Je keuzes in het leven

4.

Een gemiddelde lichaamscel van een mens bevat ... chromosomen

a)

23

b)

46

c)

47

d)

2

5.

Het dna bevindt zich in

a)

De celkern

b)

De lichaamscel

c)

Het cytoplasma

d)

Mitochondriën

6.

Trisomie betekent

a)

Dat iemand het Syndroom van Down heeft

b)

Dat iemand van een chromosomen paar drie chromosomen heeft

c)

De benaming voor een chromosomenpaar

d)

De wetenschappelijke naam voor het Syndroom van Down

7.

De genen voor haargroei zijn aanwezig in levercellen

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Mutatie is de plotselinge verandering in het erfelijke materiaal/genotype

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Mutatie wordt veroorzaakt door

a)

Natuurlijke processen, chemische stoffen, straling

b)

Chemische stoffen, straling

c)

Over de kaloot wandelen

10.

Wat zijn manieren om erfelijkheidsonderzoek toe te passen voor de geboorte

a)

Echoscopie

b)

Vruchtwaterpunctie

c)

Bloedonderzoek

d)

Vlokkentest

e)

Karyogram

11.

Een gen is een stukje DNA waarop de informatie ligt voor één eigenschap

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Wanneer de eigenschap voor bruine ogen dominant is en een persoon heeft bruine ogen dan is hij/zij waarschijnlijk .... voor deze eigenschap

a)

Homozygoot

b)

Heterozygoot

c)

Homozygoot en heterozygoot zijn beide mogelijk

13.

Bij het maken van een kruisingstabel worden de doorgegeven genotypen opties van de man op de verticale lijn gezet, die van de vrouw worden weer gegeven op de horizontale lijn

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Bij erfelijkheidsvraagstukken worden de ouders weergegeven met

a)

F1

b)

P

c)

F2

15.

Wanneer een bruine en een zwarte koe worden gekruist en de gehele F1 zwart met bruine vlekken heeft heb je te maken met

a)

Kruising

b)

Letale factor

c)

Intermediair fenotype

16.

Wanneer je bij het intermediaire fenotype te maken hebt met een volledig zwarte en een volledig bruine koe is het mogelijk dat er nakomelingen in de F1 volledig zwart/bruin zijn

a)

Juist

b)

Onjuist

17.

Wanneer je te maken hebt met een letaal allel is het onmogelijk om homozygoot dominant te zijn

a)

Juist

b)

Onjuist

18.

Wat is het genotyope van de ouders wanneer de gehele F1 het genotype ArAw heeft?

a)

ArAw x ArAw

b)

ArAr x AwAw

c)

ArAr x ArAr

d)

AwAw x AwAw

19.

Welke celdeling vindt plaats in de geslachtsorganen?

a)

Mitose (de cel kopieert zichzelf van één moedercel tot twee identieke dochtercellen)

b)

Mitose (de cel kopieert zichzelf uit één moeder cel ontstaan vier variërende dochtercellen)

c)

Meiose (de cel kopieert zichzelf van één moedercel tot twee identieke dochtercellen)

d)

Meiose (de cel kopieert zichzelf uit één moeder cel ontstaan vier variërende dochtercellen)

20.

Wanneer de vader het genotype Bb en de moeder het genotype BB bevat geef je dat als volgt weer

a)
b)
c)
d)
21.

Wanneer je de bovenstaande tabel hebt en je te maken hebt met de letale factor zijn de fenotype verhoudingen als volgt. Beide ouders hebben een punt staart i.p.v. rond.

a)

KK:Kk:kk=1:2:1

b)

Kk:kk=2:1

c)

Gespits:punt:rond=1:2:1

d)

Punt:rond=2:1

22.

Een heterozygote vrouw met bruin haar krijgt kinderen met een man met blond haar. Blond haar is recessief. Hoe groot is de kans dat zij kinderen krijgen met het genotype voor blond haar.

a)

Blond:bruin=1:1

b)

Aa:aa=1:1

c)

aa= 50%

d)

Blond=50%