wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het Romeinse Rijk diagnostische toets

Total questions: 18

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Bij welk tijdvak hoort deze afbeelding?

a)

Tijd van Jagers en Boeren

b)

Tijd van Grieken en Romeinen

c)

Tijd van Ontdekkers en Hervormers

d)

Tijd van Steden en Staten

2.

Over welke periode gaat het Tijdvak van de Grieken en de Romeinen?

a)

500 voor christus tot 1000 na christus

b)

van het jaar 0 tot 1000 na christus

c)

3000 voor christus tot 500 na christus

d)

5000 voor christus tot 3000 na christus

3.

In welk huidig land is het Romeinse Rijk ontstaan?

a)

Italië

b)

Duitsland

c)

Spanje

d)

Frankrijk

4.

Romeinen waren grote veroveraars. Welke van onderstaande landen hebben ze nooit helemaal kunnen veroveren? (gebruik de kaart)

a)

Spanje en Frankrijk

b)

Frankrijk en Nederland

c)

Nederland en Engeland

d)

Italië en Spanje

5.

Wie was Julius Ceasar?

a)

Een Romeinse schrijver

b)

Een Romeinse generaal

c)

Een Romeinse god

d)

Een Romeinse acteur

6.

Welke taal spraken de Romeinen?

a)

Frans

b)

Italiaans

c)

Grieks

d)

Latijn

7.

De Grieken en Romeinen aanbaden allebei veel goden. Welke van onderstaande goden is niet Romeins?

a)

Jupiter

b)

Zeus

c)

Mars

d)

Venus

8.

Hoe noem je de grote vijanden van de Romeinen?

a)

De Vikingen

b)

De Grieken

c)

De Germanen

d)

De Romanen

9.

Welke van onderstaande gebouwen past niet bij de Romeinen?

a)
b)
c)
d)
10.

Welke van onderstaande stripfiguren passen het beste bij de Tijd van Grieken en Romeinen?

a)
b)
c)
d)
11.

Wat is het verschil tussen een koninkrijk en een Republiek?

a)

Een koninkrijk is meestal groter dan een Republiek

b)

In een koninkrijk is het makkelijker om een koning van de troon te stoten dan in een Republiek.

c)

In een koninkrijk kiest het volk zijn koning en in een Republiek is sprake van erfopvolging.

d)

In een Koninkrijk is sprake van erfopvolging, in een Republiek wordt de leider gekozen door het volk.

12.

Welke van onderstaande zaken is GEEN oorzaak voor het grote succes van het Romeinse Rijk?

a)

De aanleg van verharde wegen

b)

Het zwaar onderdrukken van overwonnen volken

c)

Goed getraind en gewapend leger

d)

De rijkdom van het Romeinse Rijk

13.

Waarom leidde het sluiten van bondgenootschappen met overwonnen volken tot succes voor de Romeinen?

a)

Omdat er dan minder kans was dat de overwonnen volken zich gingen verzetten.

b)

Omdat door die bondgenootschappen het Romeinse Rijk enorm veel rijkdom kreeg.

c)

Omdat die volken dan alles mochten overnemen van de Romeinen.

d)

Omdat die volken dan bang werden en niet meer durfden te vechten.

14.

Waarom vermoordden de senatoren Ceasar?

a)

Ceasar had een hele belangrijke oorlog tegen de Galliërs verloren en daar straften ze hem voor.

b)

Ze vonden dat Ceasar te lang keizer was geweest.

c)

Ceasar was de zoon van een gewelddadige dictator. Ze wilden niet dat hij zijn vader zou opvolgen.

d)

Ze vonden dat hij teveel macht kreeg en dan raakten zij hun macht kwijt.

15.

Hoe noem je de bestuurders van de Romeinse Republiek?

a)

generaals en consuls

b)

senatoren en consuls

c)

ministers en senatoren

d)

presidenten en keizers

16.

Wat geven de peilen op deze afbeelding aan?

a)

De Limes, de grenzen van het Romeinse Rijk

b)

De veroveringen van de Romeinen

c)

De Grote Volksverhuizing

d)

De verharde wegen die de Romeinen aanlegden

17.

Welke van onderstaande zaken hoort NIET bij de Limes?

a)

Wachttorens en hulptroepen

b)

natuurlijke grenzen, zoals de Rijn

c)

Muur van Hadrianus

d)

Pax Romana

18.

Wat gebeurde er in 395 na christus met het Romeinse Rijk?

a)

Het rijk werd opgesplitst in een westelijk en een oostelijk deel.

b)

Er was voor het eerst vrede in het Romeinse Rijk.

c)

De Germanen werden definitief door de Romeinen verslagen.

d)

Er kwam een einde aan het Romeinse Rijk.