wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lezen 3 vwo

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Bij een voor- en nadelenstructuur eindig je met een ...

a)

afweging

b)

samenvatting

c)

situatie in de toekomst

2.

Bij een probleem/oplossingstructuur begin je met een ...

a)

probleem

b)

gevolgen

c)

oorzaken

d)

bepaald verschijnsel

3.

Bij een verklaringsstructuur begint het middenstuk met ...

a)

voorbeelden

b)

oorzaken

c)

redenen

d)

argumenten

4.

Welke twee soorten argumenten zijn er?

a)

feitelijke en niet-feitelijke

b)

feitelijke en onderzoeken

c)

onderzoeken en meningen

d)

meningen en oorzaken

5.

Een standpunt wordt aangekondigd met de volgende twee signaalwoorden:

a)

Dus, daarom

b)

Kortom, want

c)

Ik vind, omdat

6.

Een tegenargument herken je aan dezelfde signaalwoorden als een argument:

a)

waar

b)

niet waar

7.

Een weerlegging van een tegenargument herken je aan tegenstellende signaalwoorden.

a)

waar

b)

niet waar

8.

Als je verschillende argumenten onder elkaar zet heb je een ...

a)

opsommend verband

b)

tegenstellend verband

c)

toelichtend verband

d)

conclusie

9.

Het onderwerp van de tekst moet je omschrijven met minimaal 5 woorden.

a)

waar

b)

niet waar

10.

De hoofdgedachte van een tekst is nooit een vraag.

a)

waar

b)

niet waar