wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Spreektaal - Vrije tijd - In de bibliotheek

Total questions: 20

Worksheet time: 39mins

Name
Class
Date
1.

Welke zin is juist?

a)

De man leest een boek in de bibliotheek.

b)

De man lezen een boek in de bibliotheek.

c)

De man lees een boek in de bibliotheek.

d)

Zij lezen een boek in de bibliotheek.

2.

Wat is dit gebouw?

a)

Dit is mijn school.

b)

Dit is de bibliotheek van Gent.

c)

Dit is een boekenwinkel.

d)

Dit is het shoppingcentrum.

3.

Wat vraagt de man?

a)

Mag ik uw lidkaart alstublieft?

b)

Mag ik uw buskaart alstublieft?

c)

Mag ik uw treinabonnement alstublieft?

d)

Mag ik uw identiteitskaart alstublieft?

4.

Wat gaan ze doen?

a)

Ze gaan naar de bib.

b)

Ze gaan naar de winkel.

c)

Ze gaan naar de apotheek.

d)

Ze gaan naar school.

5.

Ben je lid van de bibliotheek?

a)

Ja, dit is mijn lidkaart.

b)

In de bibliotheek kan je kranten lezen.

c)

In de bibliotheek kan je boeken lenen.

d)

In de bibliotheek kan je DVD's lenen.

6.

Ga je mee naar de bib?

a)

Ja, leuk!

b)

Ik heb een lidkaart.

c)

Ik hou van lezen.

d)

Kom op! We gaan!

7.

Heeft u uw identiteitskaart bij u?

a)

Ja, alstublieft.

b)

Neen, ik heb geen lidkaart.

c)

Hoeveel boeken mag ik lenen?

d)

Hoeveel kost een lidkaart?

8.

Hoeveel kost een lidkaart?

a)

De lidkaart is gratis.

b)

Je kan 5 boeken lenen.

c)

Een boek kost 5 euro.

d)

Alstublieft, dit is mijn identiteitskaart.

9.

Hou je van lezen?

a)

Ja, ik lees heel graag.

b)

Ik heb een lidkaart.

c)

Mijn school is naast de bib.

d)

Ja, ik hou van telefoneren.

10.

Wat doet de jongen?

a)

De jongen leest een boek.

b)

De jongen zoekt een boek.

c)

De jongen doet het boek open.

d)

De jongen kijkt in het boek.

11.

Wat doet het kindje?

a)

Het kindje luistert naar het verhaal.

b)

De vrouw leest een verhaal.

c)

Het kindje zoekt een boek.

d)

Het kindje gaat naar de bibliotheek.

12.

Wat doet de vrouw?

a)

Het kindje luistert naar het verhaal.

b)

De vrouw leest een verhaal.

c)

De vrouw zoekt een boek in het rek.

d)

De vrouw gaat naar de bibliotheek.

13.

Wat doen ze?

a)

Ze studeren in de bibliotheek.

b)

Ze zoeken een boek.

c)

Ze praten in de bib.

d)

Ze vragen een lidkaart.

14.

Wat doe je?

a)

Ik ga straks naar de bib?

b)

Ik surf op het internet.

c)

Ik ga een lidkaart kopen.

d)

Ik lees de krant.

15.

Wat doet de man?

a)

Hij leest de krant in de bib.

b)

Zij leest de krant in de bib.

c)

Zij leest een boek in de bib.

d)

Hij werkt op zijn laptop in de bib.

16.

Waar gaan jullie naartoe?

a)

Wij gaan naar de bibliotheek.

b)

Ja, leuk!

c)

Kom op! We gaan!

d)

Jullie kunnen lid worden.

17.

Is er iemand in de bib?

a)

Neen, er is niemand in de bib.

b)

Ja, er is veel volk in de bib.

c)

Ja, er zijn veel mensen in de bib.

d)

De bibliotheek opent om 10 uur.

18.

Waar zijn de boeken?

a)

De boeken staan in de boekenkast.

b)

De boeken liggen op de tafel.

c)

De boeken liggen op de kast.

d)

De boeken liggen onder het boekenrek.

19.

Hoelang mag ik de boeken houden?

a)

Je mag de boeken 3 weken houden.

b)

Je kan 5 boeken meenemen.

c)

De boeken zijn gratis.

d)

Mag ik je lidkaart alstublieft?

20.

Excuseer, hoeveel boeken mag ik meenemen?

a)

Per kaart mag je 5 boeken meenemen.

b)

Per kaart mag je 5 DVD's meenemen.

c)

Een lidkaart is gratis.

d)

Je mag 5 CD's meenemen.