wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vanalles

Total questions: 39

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Wie is nu minister-president van Amerika ?

a)

Barack Obama

b)

Donald Trump

c)

Harry potter

d)

Hallary clinton

2.

Kunnen er in Nederland aardbevingen komen ?

a)

Ja

b)

Nee

c)

Mischien

d)

Boeit me niet

3.

Wie is de beroemste youtuber van Nederland ?

a)

Kwebbelkop

b)

Enzo knol

c)

Dylan heagens

d)

Stuk tv

4.

Waar ligt Casablanca ?

a)

Turkije

b)

Marroko

c)

Madagascar

d)

Griekenland

5.

Hoe heet de zaal waar de koning de troonrede opleesde ?

a)

Ridderzaal

b)

Tweede kamer

c)

Thuis

d)

Mauritshuis

6.

Hoelang duurt de herfst vakantie ?

a)

1 week

b)

6 weken

c)

3 weken

d)

1 dag

7.

Hoe noem je een jaar met 366 dagen?

a)

Schrikkeljaar

b)

Jaar

c)

13 Maanden

d)

10 maanden

8.

Voor wat staat i.p.v

a)

In plaats van

b)

In plaats voor

c)

In plaats na

d)

In plaats naast

9.

Welk woord is juist geschreven?

a)

analfabeet

b)

aanalfabeet

c)

annalfabeet

d)

ananfabeet

10.

Welk woord is juist geschreven?

a)

ruggespraak

b)

ruggenspraak

c)

rugespraak

d)

rugenspraak

11.

Welk woord is juist geschreven

a)

ontstuimig

b)

onstuimeg

c)

onstuimug

d)

onstuimig

12.

Welk woord is juist geschreven

a)

materie

b)

mateerie

c)

matterie

d)

matteerie

13.

Welk woord is juist geschreven

a)

gemies

b)

chemisch

c)

cheemisch

d)

gemisch

14.

Welk woord is juist geschreven

a)

poezie

b)

poezië

c)

poëzie

d)

poëzië

15.

Welk woord is juist geschreven

a)

eksplosies

b)

explosies

c)

eksplozies

d)

explozies

16.

leraressen

a)

leeraaressen

b)

leraaressen

c)

leeraressen

d)

leraressen

17.
Wat betekend het begrip 'gelijkwaardig'?
a)
de tellers zijn gelijk
b)
de noemers zijn gelijk
c)
1/2  en 3/4 zijn evenveel waard
d)
twee verschillende breuken zijn evenveel waard
18.
a)
7  5/7
b)
7  7/12
c)
7  3/8
d)
7  5/12
19.
75% =
a)
3/4
b)
1/4
c)
5/4
d)
Het juiste antwoord staat er niet bij
20.
Wat is de afkorting (het wetenschappelijke symbool) van 'milliliter'?
a)
ml.
b)
ml
c)
Ml
d)
ML.
21.

Wat is 30% van 800

a)

24

b)

770

c)

240

d)

33

22.

Het eerste land wat een weg naar Indië had gevonden was..

a)

Spanje

b)

Portugal

c)

Nederland

23.

De zeevaarders wisten ook de weg op zee door..

a)

Hulp van mensen die het al wisten.

b)

Sterren, de zon en een kompas.

c)

Door de stroming op zee.

24.

Wat was de belangrijkste Nederlandse handelspost?

a)

Venetië

b)

Indië

c)

Batavia

25.

Morgen vertel ik jullie de afloop van het verhaal.

Wat is de bepaling van tijd?

a)

Morgen

b)

vertel

c)

afloop

d)

de afloop van het verhaal

26.

De atleet gaf na twintig kilometer in een klein dorpje op.

Wat is het onderwerp?

a)

De atleet

b)

gaf op

c)

gaf

d)

na twintig kilometer

27.

De atleet gaf na twintig kilometer in een klein dorpje op.

Wat is de bepaling van plaats?

a)

De atleet

b)

gaf op

c)

in een klein dorpje

d)

na twintig kilometer

28.

De kok van dit restaurant maakte voor mijn moeder het gerecht heerlijk klaar.

Wat is het lijdend voorwerp?

a)

De kok van dit restaurant

b)

het gerecht

c)

mijn moeder

d)

het gerecht heerlijk klaar

29.

Rachel heeft een meisje getekend. Op de tekening is het meisje 15 cm. lang. In het echt is het meisje 1,50 m lang.

Wat is de schaal?

a)

1: 50

b)

1: 10

c)

1 : 45

d)

1: 100

30.

Christian heeft een boot gebouwd. Zijn knutselwerk is 60 cm. In het echt is deze boot 60 m. Wat is de schaal?

a)

1:25

b)

6: 6000

c)

1:1000

d)

1:100

31.
Bij elkaar brengen
a)
Schelden
b)
Afbreken
c)
Verenigen
d)
Samenkomen
32.
Opknappen
a)
Iets herstellen, het weer in orde maken
b)
Een gebouw afbreken
c)
Bij elkaar brengen
d)
Uit elkaar halen
33.
Accepteren dat iets niet veranderd kan worden, je niet verzetten.
a)
zich verzetten tegen
b)
aanvankelijk
c)
berusten in 
d)
gaandeweg
34.
Iemand minder verdrietig maken, iemand opvrolijken
a)
Een grapje maken
b)
Ergens in berusten
c)
Iemand opbeuren
d)
Iemand voor vol aanzien
35.
Sympathiek
a)
Lief hebben
b)
Heel aardig
c)
Met veel gevoel
d)
Op gevoel
36.
Overplaatsen
a)
Als ergens veel mensen op afkomen
b)
Iets of iemand naar een andere plek overbrengen
c)
Een mens of dier gevoelloos maken voor pijn
d)
Zo erg of droevig dat je er ontzettend verdrietig van wordt
37.
Hoe heet het paard van Sinterklaas?
a)
Amerizo
b)
Amerigo
c)
Amerika
d)
Pietje
38.
Op welke dag stierf Sinterklaas?
a)
6 december
b)
7 december
c)
5 december
d)
19 januari
39.
Wat hoort er niet bij: schoen, tekening, paard, wortel
a)
schoen
b)
tekening
c)
paard
d)
wortel