Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

spelling & grammatica deel 2

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

De ruiter ........ het paard zeer gecontroleerd.

a)

berijdt

b)

bereidt

c)

berijd

d)

bereid

2.

(Leestekens.) Hij zet een zonnebril op........ omdat de zon fel schijnt.


, (komma)

. (punt)

: (dubbele punt)

; (puntkomma)

a)

, (komma)

b)

. (punt)

c)

: (dubbele punt)

d)

; (puntkomma

3.

Vroeger ........ ik me dat ik een prins was.

a)

verbeeldde

b)

verbeelde

c)

verbeelden

d)

verbeeldden

4.

Als wandelsporter heb je goed materiaal nodig. ........ andere woorden: kies je schoenen zorgvuldig.

a)

Langs

b)

Met

c)

Onder

d)

In

5.

vraag 05-2-4

In het jagersmuseum kun je ........ dieren zien.

a)

opgezetten

b)

opgezete

c)

opgezet

d)

opgezette

6.

Nee, je ........ niet naar huis toe gaan!

a)

mog

b)

magt

c)

mag

d)

moogt

7.

Toen ik mijn veters kon strikken, kreeg ik daar een ........ voor.

a)

diploma'tje

b)

diplomaatje

c)

diploma-tje

d)

diplomatje

8.

We bleven zitten met een vraag ........ niet beantwoord werd.

a)

die

b)

dat

c)

wat

9.

Deze winkel heeft vaak aantrekkelijke ........ .

a)

acties

b)

actie's

10.

Veel collega's zijn ongeïnteresseerd, maar ........ houding is de laatste tijd verbeterd.

a)

jou

b)

jouw