Worksheetsspelling & grammatica deel 2
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
De ruiter ........ het paard zeer gecontroleerd.
berijdt
bereidt
berijd
bereid
(Leestekens.) Hij zet een zonnebril op........ omdat de zon fel schijnt.
, (komma)
. (punt)
: (dubbele punt)
; (puntkomma)
, (komma)
. (punt)
: (dubbele punt)
; (puntkomma
Vroeger ........ ik me dat ik een prins was.
verbeeldde
verbeelde
verbeelden
verbeeldden
Als wandelsporter heb je goed materiaal nodig. ........ andere woorden: kies je schoenen zorgvuldig.
Langs
Met
Onder
In
vraag 05-2-4
In het jagersmuseum kun je ........ dieren zien.
opgezetten
opgezete
opgezet
opgezette
Nee, je ........ niet naar huis toe gaan!
mog
magt
mag
moogt
Toen ik mijn veters kon strikken, kreeg ik daar een ........ voor.
diploma'tje
diplomaatje
diploma-tje
diplomatje
We bleven zitten met een vraag ........ niet beantwoord werd.
die
dat
wat
Deze winkel heeft vaak aantrekkelijke ........ .
acties
actie's
Veel collega's zijn ongeïnteresseerd, maar ........ houding is de laatste tijd verbeterd.
jou
jouw
