wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kennisquiz Economie & Organisatie

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Op jonge leeftijd leren omgaan met geld, is belangrijk.

Op welke manieren kan je allemaal geld ontvangen/verdienen?

4 lines
2.

Het geld dat jij ontvangt, bv. met je verjaardag, noem je:

a)

uitgaven

b)

inkomsten

3.

Vul aan: geld dat je uitbesteedt aan kleren, nieuwe game... noem je? (TIP: start met een "u")

(a)  

4.

Als je iets aankoopt in een winkel krijg je meestal een...

a)

Factuur

b)

Kasticket

c)

Btw-bonnetje

5.

Je kan geld sparen als je...

a)

inkomsten groter zijn dan je uitgaven.

b)

uitgaven groter zijn dan je inkomsten.

c)

inkomsten gelijk zijn aan je uitgaven.

6.

Over welke soort rekening gaat het hier? Het bedrag dat je spaart, plaats je op een...

(a)  

7.

Om te kunnen leven heeft iedereen zuurstof, eten, drinken... nodig. Dit noemen we:

a)

reële behoeften

b)

gecreëerde behoeften

8.

Aankopen kan je doen met cash geld of een bankkaart. Geef een synoniem voor bankkaart.

(a)  

9.

Veel jongeren hebben een zichtrekening. Waarvoor gebruik je die?

a)

voor dagelijkse verrichtingen zoals betalen in winkels, geld afhalen...

b)

voor geld op te sparen.

10.

Selecteer alle voorbeelden van uitgaven.

a)

een erfenis krijgen

b)

elektriciteit betalen

c)

huur betalen

d)

lotto winnen

11.

Mensen maken goederen. Wat is een goed?

a)

Een goed is niet-tastbaar, bv. een garage die auto's herstelt

b)

Een goed is tastbaar, zoals brood, kledij...

12.

Wat is het hoofdoel van (veel) ondernemingen?

a)

Goede boekhouding hebben

b)

Winst maken

c)

Facturen opmaken

13.

Wat is een aanvullend inkomen?

a)

Je krijgt een extra inkomen bovenop je loon, bv. kindergeld

b)

Dit krijgt je als je geen inkomen uit arbeid ontvangt, bv. pensioen

14.

Wat is een consument?

a)

Een koper: iemand die goederen/diensten aankoopt.

b)

Een verkoper: iemand die goederen/diensten verkoopt.