WorksheetsNederlands hoofdstuk 4
Total questions: 16
Worksheet time: 8mins
Oorzaak: De trein had vertraging
gevolg: Ik kwam op tijd
gevolg: Ik kwam te laat
gevolg: Ik was mijn OV kaart kwijt
gevolg: Ik moest een nieuw kaartje kopen
Oorzaak: Ik heb m'n toets niet geleerd
gevolg: Ik ga ontspannen naar school
gevolg: ik haal een hoog cijfer
gevolg: Ik haal een slecht cijfer
gevolg: ik kreeg een compliment van mijn docent
Gevolg: Ik kan zaterdagavond niet mee naar de bioscoop
Oorzaak: Ik heb net mijn zakgeld gekregen
Oorzaak: Ik mag van mijn ouders
Oorzaak: Ik heb mijn band geplakt
Oorzaak: Mijn vader is jarig
Gevolg: Ik kan die nieuwe broek eindelijk kopen
oorzaak: Ik ben blut
oorzaak: Ik heb net mijn salaris gekregen
oorzaak: De winkels zijn gesloten
oorzaak: Ik ben mijn betaalpas verloren
Welk rijtje staat in chronologische volgorde?
eten - koken - boodschappen doen - afwassen
koken - eten - boodschappen doen - afwassen
afwassen - koken - eten - boodschappen doen
boodschappen doen - koken - eten - afwassen
Wat is de juiste volgorde:
aardbei - aardappel - aardnoot - aarde
uitje - uitval - uitkomst - uiting
schap - schep - schip - schop
huiswerk - huisarrest - huiskat - huis
Welk rijtje staat in chronologische volgorde?
daarna - vervolgens - eerst - tot slot
eerst - daarna - vervolgens - tot slot
tot slot - vervolgens - daarna - eerst
vervolgens - daarna - eerst - tot slot
Een woord met meerdere betekenissen noem je een:
synoniem
pseudoniem
homoniem
acroniem
Welke betekenis van "vorst" is NIET goed?
koning
vrieskou
bovenste rij dakpannen
verwarming in een auto
Welke betekenis van "licht" is NIET goed?
niet zwaar
zogenaamd slim iemand
daar waar iets zich bevindt
lamp
Wat is het zelfstandig naamwoord?
het
oude
huis
afgebrand
Wat is het werkwoord?
de
oude
man
liep
Welk voltooid deelwoord is FOUT gespeld?
verandert
gebraden
gefietst
geverfd
Wat is de laatste letter van een onvoltooid deelwoord?
-d
-t
-dt
-en
Welk woord is juist gespeld?
themperatuur
termometer
thema
ortodontist
In welke zin staat het juiste voorzetsel?
iemand tegen de vodden zitten
met je hoofd naar de wolken lopen
de benen uit je lijf lopen
iemand van de nek aankijken
