wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlands - VTT - Hebben of zijn?

Total questions: 21

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Ik (a)   één uur in het bos gewandeld.

2.

We (a)   naar zee geweest.

3.

De directeur (a)   te laat gekomen.

4.

Elien (a)   eergisteren naar Finland gereisd.

5.

Ik (a)   al met de auto van vader gereden !

6.

Steven (a)   een computer gehad.

7.

Karl (a)   naar Zwitserland gegaan.

8.

Ze (a)   in België gebleven.

9.

Eddy (a)   naar het zwembad gefietst.

10.

Waarom (a)   je niet gekomen?

11.

(a)   jullie mijn hond gezien?

12.

Ik .... met mijn zus gebeld

a)

heb

b)

ben

13.

... er iets gebeurd?

a)

Is

b)

Heb

14.

Zij .... in 2012 naar Nederland gekomen

a)

heeft

b)

is

15.

Hij ... kippensoep gemaakt

a)

heeft

b)

is

16.

Ze .... naar het centrum gefietst

a)

heeft

b)

is

17.

Hij ... voor het examen geslaagd

a)

is

b)

heeft

18.

Wanneer ... je met de cursus begonnen?

a)

heb

b)

ben

19.

Hans .... geschiedenis gestudeerd

a)

heeft

b)

is

20.

we .... tot 17.30 op het strand gebleven

a)

hebben

b)

zijn

21.

Erik en N. ..... zes jaar in Amsterdam gewoond

a)

zijn

b)

hebben