Font size
WorksheetsNederlands - VTT - Hebben of zijn?
Total questions: 21
Worksheet time: 13mins
Ik (a) één uur in het bos gewandeld.
We (a) naar zee geweest.
De directeur (a) te laat gekomen.
Elien (a) eergisteren naar Finland gereisd.
Ik (a) al met de auto van vader gereden !
Steven (a) een computer gehad.
Karl (a) naar Zwitserland gegaan.
Ze (a) in België gebleven.
Eddy (a) naar het zwembad gefietst.
Waarom (a) je niet gekomen?
(a) jullie mijn hond gezien?
Ik .... met mijn zus gebeld
heb
ben
... er iets gebeurd?
Is
Heb
Zij .... in 2012 naar Nederland gekomen
heeft
is
Hij ... kippensoep gemaakt
heeft
is
Ze .... naar het centrum gefietst
heeft
is
Hij ... voor het examen geslaagd
is
heeft
Wanneer ... je met de cursus begonnen?
heb
ben
Hans .... geschiedenis gestudeerd
heeft
is
we .... tot 17.30 op het strand gebleven
hebben
zijn
Erik en N. ..... zes jaar in Amsterdam gewoond
zijn
hebben
