wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lijdend en meewerkend voorwerp

Total questions: 17

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Heeft jullie hond een stamboom?

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

2.

Nee hoor, hij plast gewoon tegen elke boom die hij ziet.

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

3.

Een eendagsvlieg vliegt door het bos.

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

4.

Ze kan nog net een spinnenweb ontwijken.

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

5.

"Wacht maar!" schreeuwt de spin hem na.

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

6.

"Morgen krijg ik je wel."

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

7.

"Wedden van niet," roept de eendagsvlieg terug.

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

8.

Een oudere vrouw vraagt aan een jongen op straat: "Hou oud ben je?"

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

9.

De jongen antwoordt: "Negen jaar."

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

10.

"Aha! En wat wil je later graag worden?"

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

11.

"Tien jaar", zegt de jongen.

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

12.

Waarom ligt een haas zo snel in bed?

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

13.

Hij hoeft maar twee tanden te poetsen.

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

14.

Hij zegt: "Wie zichzelf dom vindt, gaat staan."

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

15.

Na enkele minuten ... Tim staat recht.

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

16.

De leraar vraagt aan Tim: "Denk je echt dat je dom bent?"

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp

17.

Tim antwoordt: "Neen, maar ik vond het zo zielig dat u de enige was die rechtstaat!"

a)

onderwerp

b)

persoonsvorm

c)

lijdend voorwerp

d)

meewerkend voorwerp