WorksheetsWoordenschat hoofdstuk 1
Total questions: 14
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
absent
a)
aanwezig
b)
afwezig
c)
beschikbaar
2.
Dringend
a)
langzaam
b)
nu
c)
snel
3.
Emoties
a)
plaatjes
b)
gevoelens
c)
begrippen
4.
Exact
a)
wiskunde
b)
zeker
c)
precies
5.
imiteren
a)
gevoelens
b)
toneelspelen
c)
nadoen
6.
Intelligent
a)
slim
b)
dom
c)
wat je weet
7.
leveren
a)
iets langs brengen
b)
vervoeren
c)
zorgen dat het er komt
8.
ongetwijfeld
a)
zeker
b)
precies
c)
natuurlijk
9.
Oorzaak
a)
Reden waarom iets gebeurt
b)
verband
c)
ontstaan
10.
prestatie
a)
ontstaan
b)
voor een groep praten
c)
iets wat je goed doet
11.
relatie
a)
liefde
b)
ontstaan
c)
verband
12.
vorming
a)
verband
b)
iets wat je goed doet
c)
ontstaan
13.
tekort
a)
zeker
b)
weinig
c)
gebrek
14.
toenemen
a)
extra
b)
versnellen
c)
omhoog gaan
100 %
