NEW
Font size
WorksheetsWerkwoorden tegenwoordige tijd
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
(Antwoorden) jij op de vraag van de juf?
antwoord
antwoordt
antwoort
antwoortd
Waardoor (storten) het vliegtuig neer?
stordt
stort
stord
stortd
(Vinden) Gabriël het prettig om lang uit te slapen?
vind
vindt
vint
vintd
Tijdens de paardenrace (wedden) Billie op het beste paard.
wet
wed
wedt
wetd
Bruno (spelden) een button op mijn trui.
spelt
speld
speldt
speltd
Ik (bereiden) een heerlijke maaltijd.
bereid
bereit
bereidt
bereidt
Ik (wedden) dat je dit niet kunt.
wet
wed
wedt
wetd
De matroos (rondleiden) de passagiers over het schip.
leid ... rond
leit ... rond
leidt ... rond
leitd ... rond
De haven van Zeebrugge (slibben) langzaam dicht.
slibt
slibd
slibdt
slibtd
(worden) je neef vandaag 25 jaar oud?
Word
Wort
Wordt
Wortd
Wie (worden) de president van Amerika?
wort
word
wordt
wortd
Ik (vinden) dat een verkeerde oplossing.
vind
vint
vindt
vintd
Donald (houden) niet meer van Kamala.
houd
hout
houdt
houtd
In deze straat (gelden) een verkeersverbod.
gelt
geld
geldt
geltd
Morgen (leiden) jij weer een groep rond.
leid
leit
leidt
leitd
Meneer, u (verliezen) uw portemonnee.
verliezd
verliezt
verliest
verliesd
Elise (beloven) dat zij goed haar best doet.
belooft
beloofd
beloofdt
belooftd
Waarom (binden) je hem vast aan die boom?
bint
bind
bindt
bintd
De agent (redden) je uit het water.
red
ret
redt
retd
(vinden) je zusje die cd geweldig?
Vint
Vindt
Vind
Vintd
