wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoorden in de V.T.

Total questions: 20

Worksheet time: 17mins

Name
Class
Date
1.
Wat is het hele werkwoord in deze zin?
De directeur bewondert Rafael.
a)
bewondert
b)
bewonder
c)
bewonderen
d)
bewonderde
2.
Wat is het hele werkwoord in deze zin?
Hij voetbalt zelf ook graag.
a)
voetbalt
b)
voetbal
c)
voetballen
d)
voetbalde
3.
Wat is het hele werkwoord in deze zin?
De toeschouwers klappen enthousiast voor het doelpunt.
a)
klap
b)
klapt
c)
klappen
d)
klapten
4.
Zit dit werkwoord in 't kofschip X?
voetballen
a)
ja
b)
nee
5.
Zit dit werkwoord in 't kofschip X?
gebeuren
a)
ja
b)
nee
6.
Zit dit werkwoord in 't kofschip X?
knippen
a)
ja
b)
nee
7.
Zit dit werkwoord in 't kofschip X?
mixen
a)
ja
b)
nee
8.
Zit dit werkwoord in 't kofschip X?
openen
a)
ja
b)
nee
9.
Zit dit werkwoord in 't kofschip X?
boksen
a)
ja
b)
nee
10.
Zit dit werkwoord in 't kofschip X?
gooien
a)
ja
b)
nee
11.
Welke letters tellen niet mee in  't kofschip x?
a)
sch
b)
i, o
c)
't 
d)
x
12.
Wat krijg je als een werkwoord in 't kofschip zit?
a)
+te of +ten
b)
+de of +den 
c)
+te
d)
+de
13.
Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?
Wij vieren vandaag de verjaardag van juf.
a)
vierden
b)
vieren
c)
vierde
d)
vierten
14.
Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?
's Nachts droom ik van een heerlijke vakantie.
a)
droom
b)
droomde
c)
droomte
d)
droomden
15.
Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?
Hij speelt bij een andere club.
a)
speel
b)
speelde
c)
speelt
d)
speelte
16.
Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?
Marieke fluistert iets in mijn oor.
a)
fluistert
b)
fluisteren
c)
fluisterde
d)
fluisterte
17.
Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?
Gerda en Luni spelen samen op de viool.
a)
speelte
b)
speelde
c)
speelden
d)
speelten
18.
Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?
Jorrit groeit 7 centimeter!
a)
groeite
b)
groeiten
c)
groeide
d)
groeiden
19.
Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?
Sam en Tara mixen de melk door de meel.
a)
mixen
b)
mixten
c)
mixden
d)
mixte
20.
Hoe schrijf je het werkwoord in de verleden tijd?
Sam en Tara starten de wedstrijd.
a)
starten
b)
startten
c)
startte
d)
startden