wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

leren

Total questions: 13

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer hebben jouw studenten geleerd?

a)

Als ze iets kunnen

b)

Als ze iets onthouden

c)

als ze iets begrijpen

d)

alle antwoorden zijn goed

2.

Waarom heb je taal nodig bij leren

a)

Om het te kunnen uitleggen aan een ander

b)

Om de student bewust te laten worden van wat hij geleerd heeft

c)

Om het te kunnen lezen

d)

Om het te kunnen lezen

3.

Als een student iets geleerd heeft, ga je er vanuit dat hij zichzelf op een juiste manier kan sturen?

a)

waar

b)

niet waar

4.

Wat kan een gevolg zijn van een negatieve emotie bij leren? (meer antwoorden zijn mogelijk)

a)

Student vraagt om hulp

b)

Student haakt af

c)

Student geeft de schuld aan een ander

d)

Student ontwikkelt faalangst

5.

Wat is het effect op het zelfbeeld van de student bij positieve beoordeling?

a)

De student begrijpt het

b)

De student is verbaasd

c)

De student ontwikkelt een positief en reëel zelfbeeld

d)

De student vraagt om waardering

6.

Wat is observationeel leren volgens Bandura?

a)

Leren door te doen

b)

Leren door te kijken

c)

Leren door te imiteren

d)

Alle antwoorden zijn goed

7.

Wat betekent retentie in de theorie van Bandura?

a)

Herhaling van gedrag

b)

Aandacht

c)

Productie draaien

d)

Motivatie

8.

Studenten tot adequate handelingen aanzetten doen we vooral (meerdere antwoorden zijn mogelijk)

a)

In het theorielokaal

b)

In het praktijklokaal

c)

In de beroepspraktijk

d)

Thuis

9.

Wat hebben studenten nodig om motorische vaardigheden eigen te maken?

a)

Tijd

b)

Herhaling

c)

Oefening

d)

alle antwoorden zijn goed

10.

Wat wordt bedoelt met de uitspraak: 'de handeling wordt onbewust uitgevoerd'?

a)

De student weet niet waar hij mee bezig is

b)

De student heeft zich de motorische vaardigheid eigen gemaakt

c)

De student moet nog flink oefenen

d)

De student loopt het risico fouten te maken

11.

stelling: een productieve vaardigheid vraagt om creativiteit en planningsvermogen van de student.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Waarom beter 20 verschillende werkstukken maken in plaats van 20 keer dezelfde opdracht

a)

Dat is leuker

b)

Studenten krijgen zo meer ervaring

c)

Zo leren studenten vaardigheden te decontextualiseren (bonus bij galgje: in verschillende sittuaties toepassen)

d)

Studenten worden zo sneller.

13.

Welk hulpmiddel kan beter niet gebruiken om de zelfsturing van student te vergroten

a)

Een videocamera

b)

feedback van medestudenten

c)

observaties

d)

herhaling van de instructie