Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 4: Het stroomgebied van de Rijn!

Total questions: 38

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.
De bergen zijn ontstaan door. 
a)
twee landplaten op elkaar botsten.
b)
twee landplaten van elkaar weg schoven.
c)
twee landplaten langs elkaar schoven.
d)
Een landplaat en een zee plaat die tegen elkaar botsen. 
2.
Door erosie
a)
worden dalen dieper en breder.
b)
worden bergen hoger.
c)
worden bergen lager.
d)
worden gletsjers groter en langer.
3.
Welk kenmerk hoort bij de bovenloop van een rivier. 
a)
erosie
b)
langzaamstromend water
c)
sedimentatie
d)
veel water
4.
Wanneer er veel vervuiling zit in de middenloop van de rivier, waar hebben de mensen langs de rivier er dan last van? 
a)
Alleen langs de bovenloop
b)
langs de benedenloop en middenloop
c)
benedenloop, middenloop en bovenloop
5.
Wanneer krijg je een U-dal? 
a)
Bij erosie door water
b)
Bij sedimentatie door ijs
c)
Door erosie door ijs
d)
Door sedimentatie van water
6.
Wat is erosie?
a)
Het afschuren van stenen door water, ijs of wind
b)
Het afbrokkelen van gesteente
c)
Gletsjers die puin mee nemen
d)
De grens tussen twee stroomgebieden
7.
Welk gebied heeft een dubbelseizoen?
a)
De Spaanse kust
b)
Dubai
c)
Zuid Afrika
d)
Alpen
8.
V dalen worden gevormd door gletsjers
a)
Goed
b)
Fout
9.
hoe noem je het als een rivier zich opsplitst in verschillende riviertakken?
a)
Alfa
b)
Omega
c)
Delta
d)
Charlie
10.
Een gemengde rivier stroomt door verschillende landen
a)
Juist
b)
Onjuist
11.

reliëf is

a)

de hoogteligging van een plek

b)

hoogteverschillen in het landschap

12.

Een rivier slijt een dal uit in de vorm van de letter

a)

V, dus het is een V-dal

b)

U, dus het is een U-dal

13.

Een gletsjer slijt een dal uit in de vorm van de letter

a)

V, dus het is een V-dal

b)

U, dus het is een U-dal

14.

Land B is:

a)

Oostenrijk

b)

Duitsland

c)

Tsjechië

d)

Zwitserland

15.

Plaats 5 is:

a)

Salzburg

b)

Wenen

c)

München

d)

Bern

16.

Plaats 1 is:

a)

Genève

b)

Wenen

c)

Milaan

d)

Bern

17.

Als je omhoog loopt in de Alpen kom je verschillende hoogtegordels tegen:

a)

Als allereerst de naaldbomen; als laatst de eeuwige sneeuw

b)

Als eerst kom je de loofbomen tegen; dan de alpenweiden

c)

Als eerst kom je de naaldbomen tegen; dan de loofbomen

d)

Als eerst kom je de loofbomen tegen; dan de naaldbomen

18.

Hoe heet de buitenste laag van de aarde?

a)

Magma

b)

Lawine

c)

Aardkorst

d)

Lava

19.

Waaruit bestaat de aardkorst?

a)

Die bestaat uit platen

b)

Die bestaat uit bergen

c)

Die bestaat uit delen

20.

Hoe komt het dat Nederland geen bergen heeft?

a)

Nederland ligt in een dal

b)

Nederland ligt op de rand van een plaat

c)

Nederland ligt op het midden van een plaat

d)

Nederland ligt tussen 2 platen in

21.

Hoe noem je het bewegen van de platen met een moeilijk woord?

a)

Dat noem je platentechniek

b)

Dat noem je platentektoniek

22.
Welk woord hoort bij 3
a)
infiltratie
b)
grondwater
c)
ondergrondse rivier
d)
evaporatie
23.
Welk woord hoort bij 8
a)
verdamping
b)
condensatie
c)
infiltratie
d)
evaporatie
24.
Welk woord hoort bij 6
a)
verdamping
b)
infiltratie
c)
neerslag
d)
mist
25.
Welk woord hoort bij 5
a)
infiltratie
b)
verdamping
c)
grondwater
d)
mist
26.
Welk woord hoort bij 2
a)
regen
b)
sneeuw
c)
neerslag
d)
verdamping
27.
Welk woord hoort bij 1
a)
verdamping
b)
wind
c)
condensatie
d)
neerslag
28.

Wat is een gletsjer?

a)

IJsmassa in het hooggebergte die langzaam naar beneden schuift

b)

IJsmassa in het laagland die langzaam verder schuift.

c)

IJsmassa in het hooggebergte die snel naar beneden schuift.

29.

Wat is erosie?

a)

Het afschuren van stenen door water, ijs of wind

b)

Het afbrokkelen van gesteente

c)

Gletsjers die puin mee nemen

d)

De grens tussen twee stroomgebieden

30.

Wat voor soort dal zie je op deze foto?

a)

Een V dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een rivier

c)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

d)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

31.

Wat voor soort dal zie je op de foto?

a)

Een U dal, ontstaan door een rivier

b)

Een U dal, ontstaan door een gletsjer

c)

Een V dal, ontstaan door een rivier

d)

Een V dal, ontstaan door een gletsjer

32.

Neerleggen van verweringsmateriaal als de transportsnelheid van water, wind of ijs afneemt.

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

33.

Uitschurende werking van water, ijs en wind

a)

Erosie

b)

Verwering

c)

Sedimentatie

d)

Gletsjer

34.

Bekijk de afbeelding. Welk gebied van de Rijn hoort bij de Bovenloop?

a)

Gebied A

b)

Gebied B

c)

Gebied C

35.

Zet in goede volgorde van de stroming

a)

Delta, middenloop, benedenloop, bovenloop

b)

Bovenloop, middenloop, benedenloop, delta

c)

Bovenloop, benedenloop, middenloop, delta

d)

Delta, benedenloop, middenloop, bovenloop

36.

Het langzaam bewegen van aardplaten noemen we .....

a)

Aardkorst

b)

Platentektoniek

c)

Convectiestromen

d)

Aardbevingen

37.

Door welke plaatbeweging ontstaan bergen?

a)

Convergent - Naar elkaar toe.

b)

Divergent - Uit elkaar.

c)

Transform - Langs elkaar.

38.

De Rijn is een...

a)

Gletsjerrivier

b)

Regenrivier

c)

Gemengde rivier