wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Proefexamen Financiering

Total questions: 22

Worksheet time: 1hrs 3mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de naam van het dividend dat uitsluitend wordt uitgekeerd in geld?

a)

cashdividend

b)

keuzedividend

c)

stockdividend

2.

Tussen aandelen en obligaties bestaat een aantal overeenkomsten. Welke zijn dat?

Let op, er zijn meerdere antwoorden mogelijk

a)

Aandeelhouders en obligatiehouders hebben jaarlijks recht op een vergoeding

b)

Aandelen en obligaties behoren tot het vermogen van een onderneming.

c)

Aandelen en obligaties worden afgelost.

d)

Aandelen en obligaties kunnen openbaar en onderhands worden uitgegeven.

e)

Aandelenvermogen en obligatievermogen staan op de balans gewaardeerd tegen de nominale waarde.

3.

Wat is een ondernemingsvorm met rechtspersoonlijkheid?

a)

eenmanszaak

b)

maatschap

c)

naamloze vennootschap

d)

vennootschap onder firma

4.

Wat is een kenmerk van geplaatst aandelenkapitaal?

Het geplaatst aandelenkapitaal

a)

is altijd hoger dan het maatschappelijk aandelenkapitaal

b)

is altijd lager dan het maatschappelijk aandelenkapitaal

c)

is bij een bv altijd gelijk aan het maatschappelijk aandelenkapitaal

d)

is het verschil tussen het maatschappelijk aandelenkapitaal en het bedrag van de aandelen in portefeuille

5.

Wat is het netto werkkapitaal?

a)

het verschil tussen de schulden op lange termijn + de schulden op korte termijn en de vlottende activa

b)

het verschil tussen de vaste activa en de schulden op korte termijn

c)

het verschil tussen de vlottende activa en de schulden op lange termijn

d)

het verschil tussen het eigen vermogen + de schulden op lange termijn en de vaste activa

6.

Van handelsonderneming Harings is over jaar 1 en jaar 2 gegeven:

Wat is juist?

a)

De liquiditeit en de solvabiliteit van Harings in jaar 2 ten opzichte van jaar 1 zijn verbeterd.

b)

De liquiditeit van Harings in jaar 2 is slechter dan de branche

c)

De liquiditeit van Harings in jaar 2 tenopzichte van jaar 1 is verbeterd en de solvabiliteit is verslechterd

d)

De solvabiliteit van Harings in jaar 1 is beter dan de branche

7.

Welke van onderstaande posten staan wel op een resultatenbegroting en niet op een liquiditeitsbegroting?

a)

aanschaf van een nieuwe telefooncentrale

b)

aflossing op een lening

c)

afschrijving op inventaris

d)

betaling van de verzekeringspremie

e)

een ontvangst van een vordering op een debiteur

8.

Welke van onderstaande verhoudingen geeft de debt ratio weer?

a)

schulden / totaal vermogen

b)

schulden op korte termijn / schulden op lange termijn

c)

totale activa / schulden

d)

vlottende activa / korte schulden

9.

Wat is de formule van de rentabiliteit van het gemiddeld totaal vermogen?

a)

winst / gemiddeld totaal vermogen * 100%

b)

bedrijfsresultaat / gemiddeld totaal vermogen * 100%

c)

(winst - interest vreemd vermogen) / gemiddeld totaal vermogen * 100%

10.

Van een onderneming zijn over de jaren 1 tot en met 5 de rentabiliteit van het gemiddeld totaal vermogen (RTV) en de rentabiliteit van het gemiddeld eigen vermogen (REV) als volgt:

Welke conclusie kan uit dit overzicht worden getrokken met betrekking tot de rentabiliteit van het gemiddeld totaal vermogen (RTV) en de rentabiliteit van het gemiddeld eigen vermogen (REV)?

a)

De RTV is tot en met jaar 3 verbeterd en de REV is tot en met jaar 3 verslechterd

b)

De RTV is tot en met jaar 3 verslechterd en de REV is tot en met jaar 3 verbeterd

c)

zowel de RTV als de REV zijn tot en met jaar 3 verbeterd en daarna verslechterd

d)

zowel de RTV als de REV zijn tot en met jaar 3 verslechterd en daarna verbeterd

11.

Bij handelsonderneming van Geel is in jaar 1 de omzetsnelheid van de gemiddelde voorraad 8,4. In de branche is deze omzetsnelheid 9,0.

Welk conclusie kan uit deze getallen worden getrokken?

a)

de omzetsnelheid van de gemiddelde voorraad zegt niets over de tijd waarin goederen worden verkocht

b)

Van Geel verkoopt goederen gemiddeld minder snel dan de ondernemingen in de branche

c)

Van Geel verkoopt goederen sneller dan de ondernemingen in de branche

12.

Een NV heeft 100.000 aandelen met een nominale waarde van € 20 per aandeel, uitgegeven voor € 35 per aandeel.

Welke invloed heeft dit op de agioreserve?

a)

De agioreserve blijft gelijk

b)

De agioreserve neemt af

c)

De agioreserve neemt toe

13.

Er volgen vijf beweringen over aandelen en obligaties.

Welke zijn juist?

Let op. Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Achtergestelde obligaties worden bij faillissement van de onderneming pas afgelost als de schuld van gewone obligaties volledig is terugbetaald.

b)

Als obligaties beneden pari worden uitgegeven ontstaat er disagio voor de onderneming.

c)

Converteerbare obligaties kunnen slechts worden omgewisseld in aandelen van dezelfde onderneming.

d)

De aandelen van een bv zijn altijd op naam.

e)

De beurswaarde (koerswaarde) van een aandeel van een nv kan nooit lager zijn dan de nominale waarde.

14.

Welke van de onderstaande ondernemingsvormen hebben geen rechtspersoonlijkheid?

Let op, er zijn meerdere antwoorden juist.

a)

besloten vennootschap

b)

commanditaire vennootschap

c)

eenmanszaak

d)

maatschap

e)

naamloze vennootschap

15.

Wat is het hoogste orgaan in een naamloze vennootschap?

a)

Algemene Vergadering van Aandeelhouders

b)

Ondernemingsraad

c)

Raad van Commissarissen

d)

Raad van Bestuur

16.

Wat wordt verstaan onder de cashflow?

a)

de ontvangsten uit de omzet

b)

de ontvangsten uit omzet verminderd met de inkoopprijs

c)

de winst na aftrek van de afschrijvingen

d)

de winst voor aftrek van de afschrijvingen

17.

Het vermogen in verhouding tot het totaal vermogen is in jaar 3 ten opzichte van jaar 2 gestegen van 0,35 tot 0,37.


Wat betekent deze toename voor de solvabiliteit?

a)

de solvabiliteit is verbeterd

b)

de solvabiliteit is verslechterd

c)

deze verhouding heeft geen invloed op de solvabiliteit

18.

Wat wordt opgenomen in een liquiditeitsbegroting?

Let op, er zijn meerdere antwoorden juist.

a)

verwachte kosten

b)

verwachte ontvangsten

c)

verwachte opbrengsten

d)

verwachte uitgaven

19.

Waarop heeft de solvabiliteit betrekking?

a)

op alle schulden

b)

op alleen de schulden op korte termijn

c)

op alleen de schulden op lange termijn

20.

Wat is de formule van de interestvoet van het gemiddeld vreemd vermogen?

a)

winst / gemiddeld vreemd vermogen * 100%

b)

interest / gemiddeld vreemd vermogen * 100%

c)

(winst - interest vreemd vermogen) / gemiddeld vreemd vermogen * 100%

21.

Van de onderneming Mollema zijn over de jaren 1 tot en met 3 de rentabiliteit van het gemiddeld eigen vermogen (REV) en de interestvoet van het gemiddeld vreemd vermogen (IVV) als volgt:

Welke conclusie kan uit dit overzicht worden getrokken met betrekking tot de rentabiliteit van het gemiddeld eigen vermogen (REV) en de interestvoet van het gemiddeld vreemd vermogen (IVV) van de onderneming Mollema ten opzichte van de branche?

a)

de IVV van Mollema is in de jaren 1 tot en met 3 steeds gunstiger dan in de branche

b)

de IVV van Mollema is in de jaren 1 tot en met 3 steeds ongunstiger dan in de branche

c)

de REV van Mollema is in de jaren 1 tot en met 3 steeds gunstiger dan in de branche

d)

de REV van Mollema is in de jaren 1 tot en met 3 steeds ongunstiger dan in de branche

22.

Van handelsonderneming ten Dam te Heerhugowaard is over jaar 1 en 2 gegeven:

Welke van onderstaande beweringen is juist?

a)

De omloopsnelheid van het totaal vermogen bij Ten Dam is gunstiger dan in de branche.

b)

Ten Dam betaalt zijn crediteuren minder snel dan de gemiddelde onderneming in de branche.

c)

De arbeidsproductiviteit bij Ten Dam is in jaar 1 ongunstiger dan in de branche en in jaar 2 gunstiger.