wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

koude oorlog T3

Total questions: 46

Worksheet time: 2hrs 32mins

Name
Class
Date
1.

Welke man is hier afgebeeld?

a)

Chroetsjov

b)

Brezjnev

c)

Stalin

d)

Gorbatsjov

2.

Wat was de oorzaak voor de bouw van de Berlijnse muur?

a)

De communisten wilde niemand in hun land.

b)

Vluchtelingen tegenhouden die van oost naar west wilden.

c)

Vluchtelingen tegenhouden die van west naar oost wilden.

d)

Oost Berlijn wilde West-Berlijn definitief maken.

3.
Hoe heet de zwarte lijn die je ziet lopen over de kaart?
a)
Berlijnse Muur
b)
Blokkade van Berlijn
c)
IJzeren Gordijn
d)
Scheiding Oost en West Europa
4.
Waarom is de Koude Oorlog ''koud''?
a)
Omdat het in die periode erg koud was
b)
Er waren wel conflicten maar er werd nooit direct gevochten
c)
Omdat de Verenigde Staten de Sovjet Unie koud vond
d)
Omdat de Sovjet Unie de Verenigde Staten Koud vond
5.

Welk land was niet aangesloten tot het Warschaupact?

a)

Sovjet-Unie

b)

Polen

c)

Frankrijk

d)

Tsjechoslowakije

6.
Welk woord/begrip hoort niet in dit rijtje thuis?
a)
Planeconomie
b)
Sovjet-Unie
c)
Democratie
d)
Gelijkheid
7.
Welk woord/begrip hoort niet in dit rijtje thuis?
a)
DDR
b)
Navo
c)
BRD
d)
Amerika
8.
Welk begrip hoort bij de afbeelding?
a)
Wapenwedloop
b)
Cuba Crisis
c)
Containment
d)
Koude Oorlog
9.

Waar kregen Amerika en de Sovjet Unie (Rusland) ruzie over?

a)

over olie

b)

over grondgebied

c)

over invloed hebben in en op de wereld

d)

over Hitler

10.
Bij het communisme beslist de overheid wat voor werk werknemers moeten doen
a)
Juist
b)
Onjuist
11.

De verschillen in arm en rijk zijn groot

a)

Kapitalisme

b)

Communisme

12.

Tijdens de Koude Oorlog gebruikte Amerika en de Sovjet-Unie geen direct geweld.

a)

Juist

b)

Onjuist

13.
Duitsland werd in 1949 opgedeeld. Welk deel kreeg de Sovjet-Unie?
a)
West-Duitsland, Oost-Berlijn
b)
Oost-Duitsland, West-Berlijn
c)
Oost-Duitsland, Oost-Berlijn
d)
West-Duitsland, West-Berlijn
14.
Wanneer was de bouw van de Berlijnse Muur?
a)
1989
b)
1945
c)
1946
d)
1961
15.
De BRD, Bondsrepubliek Duitsland hoort bij West-Duitsland
a)
Juist
b)
Onjuist
16.

De waarde gelijkheid is erg belangrijk bij dit systeem

a)

Kapitalisme

b)

Communisme

17.
Tik het Juiste aan:
Door de regering wordt bepaald wat er en hoeveel er door de boeren en fabrieken moet worden geproduceerd. 
a)
Vrijemarkteconomie 
b)
Planeconomie
18.
Landen die tijdens de Koude Oorlog bij het Oostblok hoorden kregen steun van de SU en waren Communistisch
a)
Juist
b)
Onjuist
19.

Landen die tijdens de Koude Oorlog bij het westblok hoorden kregen steun van de VS en waren Kapitalistisch

a)

Juist

b)

Onjuist

20.
In een dictatuur kiezen de burgers degene die het land bestuurd
a)
Juist
b)
Onjuist
21.
In het communisme bepaald de overheid hoe hoog de lonen zijn
a)
Juist
b)
Onjuist
22.
Waarover gaat deze bron?
a)
Communisme
b)
Dominotheorie
c)
Korea-oorlog
d)
NAVO vs. Warschaupact
23.

De ...(gebeurtenis)... tijdens de Koude Oorlog leidde bijna tot een wereldoorlog.

a)

Cubacrisis

b)

Russische Revolutie

c)

Bouw van de Berlijnse Muur

d)

Praagse Lente

24.
De Koreaoorlog duurde van?
a)
1965 - 1975
b)
1962 - 1965
c)
1950 - 1953
d)
1940 - 1945
25.
De Vietcong hiep de VS in de strijd tegen Noord-Vietnam.
a)
Juist
b)
Onjuist
26.

Nederland hoorde tijdens de koudeoorlog bij het westblok (VS) of bij het oostblok (Sovjet Unie)?

a)

Westblok (VS)

b)

Oostblok (Sovjet Unie)

27.
In welke helft van Duitsland ligt Berlijn?
a)
West-Duitsland
b)
Oost-Duitsland
28.
Landen die Duitsland gingen besturen na de Tweede Wereldoorlog waren:  de Verenigde Staten, de Sovjet Unie, Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland en België
a)
Juist
b)
Onjuist
29.
De DDR staat voor Duitse Democratische Republiek
a)
Juist
b)
Onjuist
30.
De BRD, Bondsrepubliek Duitsland hoort bij West-Duitsland
a)
Juist
b)
Onjuist
31.
Waarom is de Koude Oorlog ''koud''?
a)
Omdat het in die periode erg koud was
b)
Er waren wel conflicten maar er werd nooit direct gevochten
c)
Omdat de Verenigde Staten de Sovjet Unie koud vond
d)
Omdat de Sovjet Unie de Verenigde Staten Koud vond
32.
Wanneer was de val van de Berlijnse Muur?
a)
1945
b)
1961
c)
1984
d)
1989
33.
Voordat de Muur viel konden DDR burgers al via Hongarije in het westen komen
a)
Juist
b)
Onjuist
34.
Duitse eenwording: Oost-Duitsland en West-Duitsland worden in 1990 weer één land
a)
Juist
b)
Onjuist
35.
Uit welk jaar komt deze afbeelding?
a)
1961 bij de bouw van de Berlijnse Muur
b)
1961 bij de val van de Berlijnse Muur
c)
1989 bij de bouw van de Berlijnse Muur
d)
1989 bij de val van de Berlijnse Muur
36.

Welke drie leiders waren betrokken bij de Cuba-Crisis?

a)

Kennedy - Castro - Chroesjtsjov

b)

Johnson - Castro - Brezjnev

c)

Kennedy - Mao - Brezjnev

d)

Johnson - Mao - Chroesjtsjov

37.

Wie is dit?

(a)  

38.

Wanner kwam Michail Gorbatsjov aan de macht?

(a)  

39.

Wat betekent Glasnost?

a)

Openheid

b)

verandering of hervorming

40.

Wat betekent Perestrojka

a)

openheid

b)

verandering of hervorming

41.

Waarom wilde Gorbatsjov ontwapenen?

a)

Dat moest van de VS

b)

De wapenwedloop werd te duur voor de Sovjet-Unie

c)

De wapenwedloop werd te gevaarlijk voor de hele wereld

d)

De bevolking van de Sovjet-Unie wilde dat graag.

42.

Wat is de chronologische volgorde van de volgende gebeurtenissen?

Noteer je antwoord zo: DCBA


A. De Cuba crisis

B. Conferentie van Potsdam

C. De Vietnamoorlog breekt uit

D. De Berlijnse Muur wordt gebouwd

(a)  

43.

Waarom werd in 1961 de Berlijnse Muur gebouwd?

a)

Om vluchtelingen naar het westen tegen te houden

b)

Om vluchtelingen naar het oosten tegen te houden

c)

Als straf voor Amerikaanse steun aan West-Berlijn

d)

Omdat communisten erg van muren houden

44.

Wat is de 'Stasi'?

a)

De leiding van Oost-Berlijn

b)

De veiligheidsdienst van Oost-Berlijn

c)

De leiding van West-Berlijn

d)

De veiligheidsdienst van West-Berlijn

45.

Wie won de Korea-oorlog?

a)

Noord Korea

b)

Zuid Korea

c)

Niemand

d)

Amerika

46.

Als een land communistisch wordt, volgen er meer. Dit is een voorbeeld van..

a)

Trumanleer

b)

Dominotheorie

c)

Wirschaftwunder

d)

Planeconomie